# 9 - Beroeringen
Cor Muddink begrijpt best wat hij zijn renstal heeft binnengehaald. Twee schilders die geen gezin te onderhouden hebben en dus niet blijven zeuren over salarisverhogingen, het vakmateriaal beter kennen dan hij, en ze weten karweien te bekorten, wat niet meer geld in de la brengt maar wel tevreden klanten oplevert. Die hun tevredenheid weer doorspelen aan toekomstige klanten.
Jory is ook tevreden. Ondanks dat met de Kale niet te leven valt, zoals hun vorige werkgever al had opgemerkt.
Kale is ontegenzeggelijk een uitdaging, was dat vanaf het begin.
Maar hij, de introverte, begint te wennen aan Helmer Koerts.
Drie jaar lang Helmer’s stille schaduw. Dat is wat er achter hun rug gezegd wordt. Maar ze zijn een team, ze respecteren elkaars vakmanschap, ze zijn mannen die weten wat ze aan elkaar hebben, die elkaar blindelings vertrouwen op momenten dat het er op aan komt.
Achter de banier van een wat rafelig geworden wapenstilstand combatteren ze door. Het waarom gaat schuil, als houtnerven onder dikke plamuur en laklagen. Maar zelfs het sterkste en vakkundigst aangebrachte verfsysteem bladdert af, vroeger of later...
“…Wat ik aan het doen ben? Ik doe het godgloeiende over! En dat had eerder gekund als jij genoeg lef had gehad om me er op te wijzen wat er mis was, turk! Nu heb ik het van een stel schooljochies moeten horen. Dat het villa is, en geen vila. Ga me niet vertellen dat je het niet gezien hebt.”
“Misschien moet je ‘Kaalbaard’ ook maar gelijk veranderen.”
“Wat?... Dat staat goed geschreven. Zekerswel. Niet jennen, Baard.”
“...Het was helemaal jouw idee. Maar er zijn twee personen bij betrokken. Ik ben je maat.“
“Het was gewoon een geintje. Ja, toch?”
“...Misschien niet.”
Helmer's gezicht verandert van nijdig naar wanhopig.
“-Dit kun je niet maken. Nee, echt niet.”
“Dat ben ik helemaal niet van plan! En waar bemoei je je mee!”
Helmer gooit de keetdeur open en bonkt het trapje af.
“…buitenlanders, sjeezus!”
Een jong vrouwtje in een lange rok en het haar onder een hoofddoekje weggeborgen klikklakt met stijve rug langs hem heen. Helmer ziet haar niet eens. Hij krombeent naar de zijkant van de keet en kijkt met gebalde vuisten naar het glanzende ‘VILLA KAALBAARD’.
Over zijn schouder heen brult Helmer Koerts de keet in: “En voor het geval je met het idee speelt, het wordt nooit en te nimmer Kuifje en Bobbie!! Ik vind Kuifje zo'n ontzettende lul!”
Binnen zit Jory te stikken van de lach. “...Het is goed zo Helmeeeeer!”
Kale is ontegenzeggelijk een uitdaging, was dat vanaf het begin.
Maar hij, de introverte, begint te wennen aan Helmer Koerts.
I’M WHITE & I’M PROUD
AL MIJN PIERCINGS ZIJN DUS
VAN WIT GOUD
- Helmer J Koerts
Drie jaar lang Helmer’s stille schaduw. Dat is wat er achter hun rug gezegd wordt. Maar ze zijn een team, ze respecteren elkaars vakmanschap, ze zijn mannen die weten wat ze aan elkaar hebben, die elkaar blindelings vertrouwen op momenten dat het er op aan komt.
Achter de banier van een wat rafelig geworden wapenstilstand combatteren ze door. Het waarom gaat schuil, als houtnerven onder dikke plamuur en laklagen. Maar zelfs het sterkste en vakkundigst aangebrachte verfsysteem bladdert af, vroeger of later...
“…Wat ik aan het doen ben? Ik doe het godgloeiende over! En dat had eerder gekund als jij genoeg lef had gehad om me er op te wijzen wat er mis was, turk! Nu heb ik het van een stel schooljochies moeten horen. Dat het villa is, en geen vila. Ga me niet vertellen dat je het niet gezien hebt.”
“Misschien moet je ‘Kaalbaard’ ook maar gelijk veranderen.”
“Wat?... Dat staat goed geschreven. Zekerswel. Niet jennen, Baard.”
“...Het was helemaal jouw idee. Maar er zijn twee personen bij betrokken. Ik ben je maat.“
“...Villa Kaalbaard, omdat ‘Baardkaal’ niet klinkt! Snap je?”
“Ik weet het niet…Ik denk erover om mijn baard af te scheren.”
Kale eet die middag tijdens de schaft in de keet nauwelijks.
“Ik weet het niet…Ik denk erover om mijn baard af te scheren.”
Kale eet die middag tijdens de schaft in de keet nauwelijks.
“…Geen trek?”
“Je meent het niet”, zegt Helmer.
“Je moet goed eten. Als bouwvakker verbrand je veel calorieën.”
“Dat doe je niet. Je baard er afhalen.”
De kaken van Helmers maat malen trager en vallen uiteindelijk geheel stil.“Je meent het niet”, zegt Helmer.
“Je moet goed eten. Als bouwvakker verbrand je veel calorieën.”
“Dat doe je niet. Je baard er afhalen.”
“Het was gewoon een geintje. Ja, toch?”
“...Misschien niet.”
Die donkere gluiperoogjes!
Baard's gezicht blijft uitdrukkingloos.
Baard's gezicht blijft uitdrukkingloos.
“...Ik wáárschuw je, Gevorgyan.”
Jory knikt. “Ja, het opschrift moet dan weer veranderd worden. In Villa Kaalkaal...”Helmer's gezicht verandert van nijdig naar wanhopig.
“-Dit kun je niet maken. Nee, echt niet.”
“...of Villa Kaalhalfkaal.”
Helmer gaat verzitten. “Gelul. Hier geef ik geen toestemming voor. Hoor je me, Sinbad?
Helmer gaat verzitten. “Gelul. Hier geef ik geen toestemming voor. Hoor je me, Sinbad?
De Baard. Gaat. Er. Niet. Af.”
Jory leunt achterover. “Ik zeg toch ook niks als jij een nieuwe piercing in je corpus laat zetten?”“Dat ben ik helemaal niet van plan! En waar bemoei je je mee!”
Helmer gooit de keetdeur open en bonkt het trapje af.
“…buitenlanders, sjeezus!”
Een jong vrouwtje in een lange rok en het haar onder een hoofddoekje weggeborgen klikklakt met stijve rug langs hem heen. Helmer ziet haar niet eens. Hij krombeent naar de zijkant van de keet en kijkt met gebalde vuisten naar het glanzende ‘VILLA KAALBAARD’.
Over zijn schouder heen brult Helmer Koerts de keet in: “En voor het geval je met het idee speelt, het wordt nooit en te nimmer Kuifje en Bobbie!! Ik vind Kuifje zo'n ontzettende lul!”
Binnen zit Jory te stikken van de lach. “...Het is goed zo Helmeeeeer!”
Reacties
Een reactie posten