# 7 - Beroeringen
Een perfecte nacht. Windstil en koel en met een volle maan, wit als een met krijt bestreken gezicht.
Er bewoog nauwelijks iets en de geluiden waren zoals hij ze gewend was; geritsel en suizelen, ver dragend gekwaak. Het Reigerpark was omringd met een muur van eeuwig murmelend verkeersgedruis. Het leek uit een andere dimensie te komen.
Zijn nacht, zijn territorium. Een stads Eden waarin hij Adam was.
Zo was het meestal. Niet altijd. Soms werd zijn soevereiniteit betwist.
Zoals in deze nacht.
Gilletjes, schelle stemmen, vrolijk van het soort waar de frustraties en agressie van de jeugd in doorschemeren.
Misschien komen ze uit een disco of van een party, uitgelaten door de drank en stoned van pas verworven volwassenheid. Antigonen van de rust; te vol van leven om te accepteren dat het tijd is om te gaan slapen.
Maar zijn geest is ook wakker.
Zij, dunbenig en scherpgehoekt in de heupen, danst rond en rond met in haar hand haar bloes. Gefluit en hoog gelach vuren haar aan. Drie jongens, een meisje. Ze denken het rijk alleen te hebben. Zoals hij dacht.
Roerloos zowel als onberoerd slaat hij ze gade, in kleermakerszit in het gras achter de rafelige rietkraag aan de andere kant van de parksingel. Ziet hoe de beha het bloesje volgt, een hand tast naar een borst, giechelend danst ze er van weg.
Hij is geen gluurder. Maar het nachtelijke park is van hem, en iets voelt niet goed en hij wil weten wat.
Niet veel later kruipen ze gevieren op het talud onder de voetgangersbrug. Zien kan hij ze daar niet, maar de geluiden, hol als vanuit een metalen buis, veranderen van stemming.
“je wil het best“
“hou op“
“kom op nou“
Er bewoog nauwelijks iets en de geluiden waren zoals hij ze gewend was; geritsel en suizelen, ver dragend gekwaak. Het Reigerpark was omringd met een muur van eeuwig murmelend verkeersgedruis. Het leek uit een andere dimensie te komen.
Zijn nacht, zijn territorium. Een stads Eden waarin hij Adam was.
Zo was het meestal. Niet altijd. Soms werd zijn soevereiniteit betwist.
Zoals in deze nacht.
Gilletjes, schelle stemmen, vrolijk van het soort waar de frustraties en agressie van de jeugd in doorschemeren.
Misschien komen ze uit een disco of van een party, uitgelaten door de drank en stoned van pas verworven volwassenheid. Antigonen van de rust; te vol van leven om te accepteren dat het tijd is om te gaan slapen.
Maar zijn geest is ook wakker.
Zij, dunbenig en scherpgehoekt in de heupen, danst rond en rond met in haar hand haar bloes. Gefluit en hoog gelach vuren haar aan. Drie jongens, een meisje. Ze denken het rijk alleen te hebben. Zoals hij dacht.
Roerloos zowel als onberoerd slaat hij ze gade, in kleermakerszit in het gras achter de rafelige rietkraag aan de andere kant van de parksingel. Ziet hoe de beha het bloesje volgt, een hand tast naar een borst, giechelend danst ze er van weg.
Hij is geen gluurder. Maar het nachtelijke park is van hem, en iets voelt niet goed en hij wil weten wat.
Niet veel later kruipen ze gevieren op het talud onder de voetgangersbrug. Zien kan hij ze daar niet, maar de geluiden, hol als vanuit een metalen buis, veranderen van stemming.
“je wil het best“
“hou op“
“kom op nou“
Een gil.
“Godfer! tiefeshoer heb me gebeten kijk nou“
Gesmoord gekerm.
Eden wordt bezoedeld.
Hij komt overeind.
Zijn blote voeten op de smalle, gewelfde brug horen ze niet. Hen hoort hij wel, en hij beseft dat hij te laat is.
“jezus je hebt haar-“
“ze beweegt niet“
“nietwaar ze is-“
“tering weg hier wacht nee ik wil weg“
Gehijg. Water spettert. Vloeken sissend komen er drie gedaanten onder de brug vandaan en rennen over de ligweide naar de plek bij de struiken waar ze hun fietsen hebben achtergelaten.
Hij is daar al. Met elke spier in zijn vlezige, brede lichaam aangespannen.
“shit wat-“
Ze staren naar hem.
Hij is geheel naakt, maar schaamt zich niet. Ook niet voor zijn erectie.
“-een homo, Raf, daar stikt het hier altijd van
Wat? Ik ken geen meisje flikker op voordat ik je zaakje er af snij“
“Probeer het maar", zegt hij rustig.
Degene die een mes had getrokken probeert het.
“Godfer! tiefeshoer heb me gebeten kijk nou“
Gesmoord gekerm.
Eden wordt bezoedeld.
Hij komt overeind.
Zijn blote voeten op de smalle, gewelfde brug horen ze niet. Hen hoort hij wel, en hij beseft dat hij te laat is.
“jezus je hebt haar-“
“ze beweegt niet“
“nietwaar ze is-“
“tering weg hier wacht nee ik wil weg“
Gehijg. Water spettert. Vloeken sissend komen er drie gedaanten onder de brug vandaan en rennen over de ligweide naar de plek bij de struiken waar ze hun fietsen hebben achtergelaten.
Hij is daar al. Met elke spier in zijn vlezige, brede lichaam aangespannen.
“shit wat-“
Ze staren naar hem.
Hij is geheel naakt, maar schaamt zich niet. Ook niet voor zijn erectie.
“-een homo, Raf, daar stikt het hier altijd van
Wat? Ik ken geen meisje flikker op voordat ik je zaakje er af snij“
“Probeer het maar", zegt hij rustig.
Degene die een mes had getrokken probeert het.
De andere valt tegelijkertijd aan met kickbokstechnieken. Redelijk goede.
Verder gaat het als vanzelf. Een machine van botten, spieren en vlees en woede worden.
Hij trekt zijn blik los van de lichamen met de gebroken nekwervels en inspecteert de schram die de messentrekker op zijn borst heeft weten te trekken. Lang, maar niet diep. Hij smeert het bloed het uit over zijn buik-- geen druppels op de grond!
Schuin achter hem rinkelt iets tegen een zadelstang. Hij kijkt zich naar degene die hij vergeten was.
De jongen kijkt terug, zijn gezicht is witter dan dat van de maan. De bos met de fietssleutel ploft in het gras.
“--Hee man...'k heb niets gedaan man-!”
“Mislukkeling.”
De jongen laat zijn overeind gezette fiets vallen, draait zich om en rent weg in de richting van het hoofdpad.
Hij is vrij tenger, maar als hij in het gras ligt vecht hij als een tijger. Tot hij begint te stikken onder gewicht en druk.
De mislukkeling krijgt de gelegenheid in de twee met maanlicht gevulde ogen vlak boven hem te kijken.
“Neeh!” hijgt de knul.
“Ja”, zegt hij.
Hij speurt de plaats van het delict zorgvuldig af.
De getrokken baan van bloed op het gras is niet het zijne, en hij heeft alleen de stiletto aangeraakt. Om die aan de eigenaar terug te geven. In zijn hartstreek.
Nadat hij het lichaam naar de andere twee heeft gesleept en er tussen laten vallen, vouwt hij de vingers van de derde jongen om het heft van het mes. De hand glijdt er van af, hij laat het maar zo. Het gaat om de vingerafdrukken. Die van hem mogen ze niet vinden, en dat zal nu moeilijk zijn.
Ruzietje gevoed door drank en drugs, zal de conclusie zijn.
Hij loopt terug naar de brug en kruipt eronder.
Ze hebben geprobeerd haar in de singel te dumpen, maar haar onderlichaam ligt nog op het droge gedeelte. De voeten zijn naar binnen gebogen en haar slipje hangt als een vod aan een van haar enkels. Bewusteloos geslagen en daarna verdronken?
Hij wil het niet weten. Ze is duidelijk dood. Net zo dood als haar verkeerd gekozen vriendjes.
Een windvlaag grijpt eerst de bomen om hem heen, daarna hem. De maan is bezig achter binnendrijvende wolken te verdwijnen en de komst van regen is te ruiken.
Hij had willen wachten om zijn lichaam en geest door hemelwater te laten reinigen, maar hij hurkt in de ondiepe singel om zich af te spoelen, waarna hij nat terugkeert naar de plek waar hij zijn kleren heeft achtergelaten., proberend in de zachte grond op zijn tenen te lopen.
Er liggen vier dode pubers in het park, het schrijnende gevoel op zijn borst neemt toe, het is tijd om naar huis te gaan.
Maar hij heeft hier van genoten. Voor honderd procent.
Hij beseft dat hij geknipt is voor...
Een mooi woord komt in hem op. Een naam.
Verder gaat het als vanzelf. Een machine van botten, spieren en vlees en woede worden.
Hij trekt zijn blik los van de lichamen met de gebroken nekwervels en inspecteert de schram die de messentrekker op zijn borst heeft weten te trekken. Lang, maar niet diep. Hij smeert het bloed het uit over zijn buik-- geen druppels op de grond!
Schuin achter hem rinkelt iets tegen een zadelstang. Hij kijkt zich naar degene die hij vergeten was.
De jongen kijkt terug, zijn gezicht is witter dan dat van de maan. De bos met de fietssleutel ploft in het gras.
“--Hee man...'k heb niets gedaan man-!”
“Mislukkeling.”
De jongen laat zijn overeind gezette fiets vallen, draait zich om en rent weg in de richting van het hoofdpad.
Hij is vrij tenger, maar als hij in het gras ligt vecht hij als een tijger. Tot hij begint te stikken onder gewicht en druk.
De mislukkeling krijgt de gelegenheid in de twee met maanlicht gevulde ogen vlak boven hem te kijken.
“Neeh!” hijgt de knul.
“Ja”, zegt hij.
Hij speurt de plaats van het delict zorgvuldig af.
De getrokken baan van bloed op het gras is niet het zijne, en hij heeft alleen de stiletto aangeraakt. Om die aan de eigenaar terug te geven. In zijn hartstreek.
Nadat hij het lichaam naar de andere twee heeft gesleept en er tussen laten vallen, vouwt hij de vingers van de derde jongen om het heft van het mes. De hand glijdt er van af, hij laat het maar zo. Het gaat om de vingerafdrukken. Die van hem mogen ze niet vinden, en dat zal nu moeilijk zijn.
Ruzietje gevoed door drank en drugs, zal de conclusie zijn.
Hij loopt terug naar de brug en kruipt eronder.
Ze hebben geprobeerd haar in de singel te dumpen, maar haar onderlichaam ligt nog op het droge gedeelte. De voeten zijn naar binnen gebogen en haar slipje hangt als een vod aan een van haar enkels. Bewusteloos geslagen en daarna verdronken?
Hij wil het niet weten. Ze is duidelijk dood. Net zo dood als haar verkeerd gekozen vriendjes.
Een windvlaag grijpt eerst de bomen om hem heen, daarna hem. De maan is bezig achter binnendrijvende wolken te verdwijnen en de komst van regen is te ruiken.
Hij had willen wachten om zijn lichaam en geest door hemelwater te laten reinigen, maar hij hurkt in de ondiepe singel om zich af te spoelen, waarna hij nat terugkeert naar de plek waar hij zijn kleren heeft achtergelaten., proberend in de zachte grond op zijn tenen te lopen.
Er liggen vier dode pubers in het park, het schrijnende gevoel op zijn borst neemt toe, het is tijd om naar huis te gaan.
Maar hij heeft hier van genoten. Voor honderd procent.
Hij beseft dat hij geknipt is voor...
Een mooi woord komt in hem op. Een naam.
Schoonmaker
Reacties
Een reactie posten