# 8 - Beroeringen

De klus lukte.
De directrice van het tehuis, zelf een oma. maar zonder rollator, had het werk geïnspecteerd, en maakte duidelijk dat ze er heel content mee was. 
”En dat jullie op tijd klaar waren vind ik een gewoon een mirakel.”
Waarop Koerts ad rem tegen haar zei: ”Bel je je bevindingen even door naar onze baas, mevrouw? Hij heeft nog wat bedenkingen tegen onze zwierige vlotheid.”
In de bus, na het inladen van de spullen, zei Koerts: 
Volgens mij worden opa en oma systematisch geruimd, die sandwiches waren niet te hachelen. En dan gooien ze om elf uur de kantine ook nog dicht. Gelukkig waren er snoep en koffie automaten.” 
Hij probeerde een geeuw te bedringen, en stak daar prompt zijn maat mee aan.
de geeuwende schilders, dacht Jory.
”Ik heb vannacht nauwelijks geslapen”, mompelde Koerts.
”Ik ook niet.”
”Waardoor? Problemen met je vriendin?”
Jory gaf daar geen antwoord op.
De man naast hem deed wat hij altijd pleegde-- overvloedig zweten. Hij had uit de kantine blikjes Schweppes gehaald en dronk er nu twee achter elkaar leeg.
Jory vond tonic niet lekker maar had nog koude thee. Dacht hij. En zuchtte.
”-Hier, ik heb nog een colaatje.”
”Dank je.”
”...Het was daar bloedverziekend heet. Ik wilde de klus lekker in m'n nakende nix doen.”
”...Eh, volgens mij liep er een nachtwaker rond,” zei Jory droogjes.
”Ja, die lul verveelde zich en wou een praatje maken. Misschien had ik 'm sneller weggekregen met een herculaanse bierbuikdans.”
...Had je dat echt gedaan? Als die man er niet was geweest?”
“Ja, waarom niet?“
Jory wist niet wat te zeggen.
“Ik deed dat wel vaker. Wanneer ik ergens alleen stond the soppen, want als ik publiek trek is dat niet bevorderlijk voor m'n salarisverhogingen. 
...Stel je voor, een slechte reputatie krijgen vanwege je pure natuurlijkheid... Ah, wat leven we toch in een bekrompen wereld.
Helmer stootte zijn maat aan. “We doen het een keer samen. Vrijpiemelen, blootbillen. Er gaat een wereld voor je open.“
Jory verstrakte
echt niet
“...Nee, hè? Jij zeult een berg schaamte met je mee. Jammer.
je leest mij als een open boek verdomme
“...Joop en Andries, zij gaan elk jaar met hun gezinnen samen op zomervakantie. Er is zo veel wat wij samen kunnen doen, Gevorgyan. Naaktstranden bezoeken. Sauna's waar je geen handdoek rond je lendenen vastgeniet krijgt. Waar je de schoonheid van tieten en gleuven en piemels en ballen kunt aanschouwen zonder dat je in de gevangenis wordt gegooid.“
“Dat is- dat zijn sociale regels, Helmer.” Hij probeerde zijn ogen open te houden.
“Sociale regels? In de afvalemmer ermee.“ Helmer trot een sigaret uit zijn bijna lege pakje. Stopte het weer terug.
Koerts keek geeuwend opzij.
“Krijg nou wat...“
De Turk was in slaap gevallen. Als een blok. Hij snurkte zacht.
“Doetje.“ mompelde Helmer. Hij boog opzij en drukte een vederlichte kus op Jory's behaarde wang.
Hij zakte onderuit achter het stuur. Hij moest ook maar even een tukje gaan doen.
Helmer ging weer rechtop zitten. 
muddink bellen
over onze toekomst!
Hij pakte zijn telefoon en ging zachtjes de wagen uit.

Gevorgyan schudt Koerts wakker.
”...Heb ik lang geslapen? Oe, wat ben ik stijf.”
”Het is bijna acht uur. In de avond-- niet de ochtend. Het duurde even voordat ik daar achter kwam.”
”...Ik had boodschappen moeten halen.”
”Is er bij jou in de buurt geen avondwinkel?”
Helmer steekt de eerste sigaret op sinds het moment onder het viaduct.
”...Je bent er moeiteloos ingestonken”, zegt hij. ”Doe je portier open, roken is slecht voor je.”
”...Hoezo, instinken?”
”Je verbaasde je erover dat Muddink er niet meer mensen op had gezet. Dat idee heb ik 'm uit zijn hoofd gepraat.”
”Wàt?”
”Ik bengelde een wortel voor zijn neus. Zei hem dat deze arbeidsuren voor onze rekening zijn. Hij zei, je bent gek, gaat je collega daar mee akkoord.
Jory kijkt naar de grijns naast hem.
”Ik heb je gebruikt, Turk. Je krijgt hier geen cent extra voor betaald.”
”Maar...” Jory zwijgt weer.
Helmer rekt zich uit voor zover de ruimte in de bus het toelaat.
”Maar daar gaat het ons niet om.”
”Gaat het jou niet om, Koerts. Hè?”
”...Kom je nu in de problemen? Ik kan je wel wat lenen.”
Jory schudt van nee.
Echt niet?
”Ik ben een spaarder. Ik zit nooit zonder geld.”
Koerts legt een hand op Jory's schouder. ”Luister naar me. Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik word doodziek van al die opgeblazen schildersveteranen en de zoutjes die pas komen kijken en dat geklaag over de baas en het dagelijkse gezeik over geld en auto’s en wijven en huwelijksproblemen. En vakanties in fukking Benidorm! 
Daar zit jij toch ook niet op te wachten?”
Jory wist ditmaal zijn schrikreactie te bedwingen. koerts is een aanraker 
het gaat ongetwijfeld vaker gebeuren 
kwestie van wennen
”Nadat jij van de wereld was gevallen, heb ik Cor gebeld. Ik zette 'm vierkant voor het blok. Ik zei, ik doe alles zo veel mogelijk samen met Gevorgyan, we leveren het op tijd af en we leveren het netjes af. Geef mij en mijn maat dus alleen nog duo klussen. Géén ploegenwerk meer.
...En ik zei ook, een meelopende leerling niet langer dan twee dagen, we zijn geen kinderoppassers.”
Jory grinnikt.
Koerts ademt diep in. ”...En hij sputterde niet, hij werd niet pissig, hij zei, Mevrouw Alewijnse was onder de indruk van jullie professionaliteit, geef me de tijd om een nieuw rooster te maken.”
De scheve grijns, die alleen Helmer Koerts kan maken. 
”...Twee schilders die elkaar niet kunnen luchten of zien. Uniek, toch? Ik vind het wel uniek!” Koerts knikt, trekt zijn arm abrupt van Jory's schouder, gaat verzitten, geërgerd.
”Haal die klem van je bek, zeg wat.”
De agressieve klank in de stem, de verbeten kaak, de grote handen die zich openen en sluiten. 
het is niet wat het lijkt, denkt Jory. ik zie het in zijn ogen. 
ongewone ogen, moeilijk te lezen. 
maar ze zuigen de mijne niet meer zo op. 
Jory kauwt op een andere gedachte.
helmer zoekt een buddy
”...Hoor eens, ik heb je genaaid, ja. Ga jij mij nu naaien?”
“...Ik ben geen matennaaier.“
Hij houdt de blik in dezelfde mate vast zoals Helmer dat doet met hem.
Ziet de glimp van waardering die Koerts' ogen terug sturen.
Jory krijgt een beeld van hen beiden: Helmer's armen om zijn schouders en zijn massieve, warme lijf tegen hem aanleunend.
nee, denkt hij geschrokken. het zal alles verzieken

In Muddinks kantoor hangt Jory er bij als Koerts’ poetslap. Koerts is de prater. En praten kan Helmer. Niet om een salarisverhoging los te peuteren of voor dansmariekes tijdens het werk-- hij praat van Muddink een eigen keet los. 
”Met inwendig toilet, mijn maat poept niet graag op straat.”
Cor zegt: ”Je weet dat ik de keets huur.”
Koerts grijnst bemoedigend.
”...Hmm... ik regel wel iets. Maar de bus met trekhaak blijft mijn eigendom, Koerts!”

In eerste instantie dacht Jory Gevorgyan dat een eigen schaftkeet weer zo'n bizarre gril van Koerts was. Met een schok dringt het tot hem door dat Helmer "de Turrek" in zijn werkleven geaccepteerd heeft: verbluft staart hij naar de naam op de geel overgelakte flanken van de zojuits bezorgde eigen keet:
~ VILA BOUWVAKPRINSJES  ~
Dat Koerts 'VILA' gekalligrafeerd heeft, daar zegt Jory maar niets over. Helmer Koerts heeft nog genoeg reparatiewerkzaamheden aan zijn ego te doen.

Hun tweede karwei samen voltooien ze met een winst van bijna twee werkdagen. Het gooit Muddink's rooster door elkaar, zodat hij ze twee vrije dagen moet schenken. Helmer besluit de eerste te vieren in een gezellig uitziend buurtcafeetje.
“...Nee, geen alcohol voor mij.”

“Dan niet.” zegt Koerts, en pikt het biscuitje dat Jory bij zijn alcoholvrije thee krijgt.
Na een tijdje vraagt hij:
“...Nog bezwaar tegen 'Turrek'?”
Jory is Helmer's reactie op 'Neanderthaler' niet vergeten.
Koerts roert driftig in zijn koffie, een voetbad veroorzakend.
“Kijk me aan. Ik wil je ogen zien als je met iets intellectueels aankomt.”
Jory blijft door de glaspui naar buiten staren.
“--In de loods keek je me ook aan. Zoals een man een man aan moet kijken, recht in d- Kijk me aan! Als ik verdomme zeg kijk me aan, dan kijk je me aan!”
Koerts zucht en gebaart 'niets aan de hand' naar de alarmeerde barman. 
Hij pulkt een tijdje zwijgend aan een bierviltje.
Jory pulkt aan zijn eigen gevoelens.
Hij had er over gedacht om het schildersvak helemaal uit te stappen, die dag toen hij met een opzwellend oog en een beurse ribbenkast in Vrijman's kantoor stond. Maar sindsdien is de drang om zich met hand en tand te verzetten tegen Helmer Koerts' dominantie niet meer zo sterk.
het onderworpen negerslaafje gevorgyan- ontken het maar niet
“Dat Jorie...”, begint Koerts. “Klinkt verdomme als een speelgoedkabouter aan een elastiekje. Daar moeten we iets aan doen.”
Zijn stompe vingers glijden over een blote onderarm en omhoog, daarna belanden ze in zijn oksel. Hij haalte zijn hand er uit, en ruikt gedachteloos aan zijn vingertoppen.
Ziet Jory kijken.
“Wat.”
“Laat dat.”
“Wat moet ik laten.”
Jory kan een grijns niet onderdrukken. “...Nagelbijten. Uit je neus eten. Aan je poepvingers ruiken. Jij bent geen heer, Edelgermaan.”
Koerts krijgt een kleur.
“Hoor 's- ik ruik m'n eigen zweet graag. Ik heb een goeie geur en ik heb er veel van. Puur testro--testero--.”
“...Testosteron?”
“Als jij het zegt, professor.”
“Testosteron heeft geen g...”
Jory stopt. Het heeft toch geen zin. Koerts is niet onwetend, hij is gewoon koppig.
Helmer's stem gaat naar een zachter volume. “Jij ruikt ook goed, weet je. Al heb je dat zelf natuurlijk niet door. Je hebt geleerd dat je stinkt, als je zweet.” Koerts tikt met zijn knokkels tegen zijn schedel. “Indoctrinatie. Doe me dus een plezier en stop met het nemen van baden in deodorant, ik word wee van die wijvenlucht. 
...Wat zit je nou te grijnzen.”
”Ik beloof het, geen baden in Brut en Joop meer.”
“Bedankt. Jij bent een van de weinige mannen die net als ik ruiken. Naar man.”
”Naar man”, herhaalt Jory.
”..Kom op-- het is gewoon fijn om een man te zijn! Echwel.“
Helmer steekt een hand op naar de bar. “Toch maar een biertje nu?”
Jory wil weg. En eigenlijk niet.
“Ik wil nog een thee.”
“Met kokosbiskwietje!” beveelt Koerts.

Voor het eerst voelt Jory zich ontspannen in Koerts' aanwezigheid. Dat geeft ruimte aan
andere gevoelens
nee
De caféhouder brengt de bestellingen met de mededeling, “Sorry, maar over tien minuten gaan we sluiten.”
“We?” Helmer kijkt omstandig om zich heen.
“...Mijn vrouw is in het ziekenhuis opgenomen. Vanaf acht uur is de zaak weer open, mijn schoondochter neemt het dan waar.”
Helmer trekt zijn portefeuille iets sneller dan Jory doet. “Sorry van je vrouw, meester. Hoeveel is het?”
Hij geeft een flinke fooi en leegt zijn verse bierglas in één keer.
Kucht, en kijkt naar Jory. 
“...Hoor eens. Ik kan niet beloven dat ik Turrek nooit meer zal gebruiken, maar heeft mijn landgenoot met de attaturkse zingsnijer een idee hoe ik ‘m nog meer kan noemen zonder m'n tong te verstuiken? Je zei 'Jildiz', maar dat klinkt mij te veel als een joodse naam.”
Hij tuurt argwanend naar zijn maat.
“Je bent toch geen jood, hè?”
“Ik? Ik ben een volbloed Arabier. Met Hollandse karnemelk in mijn aderen.”
Helmer lacht. 
Hij wijst naar hem met een vinger als een pistoolloop.
“Als je maar nooit 'Helmut' tegen me zegt. 'Helmuts'. Hou het dan op Koerts, dat eindigt ook op een s.”
Jory schenkt Helmer een geamuseerde blik. Helmer realiseert zich niet dat ze beiden al een speciale naam hebben.

De volgende dag schuift Jory een stripalbum naar Helmer toe.
”...Wat? Oh...ja! Baard en Kale!”
Het komt uit de bibliotheek, ziet Helmer.
Hij knikt. ”Een schoolvriendje had de albums, hij bezat vreselijk veel van die jaren vijftig strips. Verder was ie een enge neel. Probeerde steeds in m'n lederhoosje te komen.”
Jory gniffelt. koerts in tiroler lederhosen- hitlerjugend ten top
Hij zegt, ”Ik heb het anderen ook al horen gebruiken. Hoe we echt heten zal over een jaar niemand zich kunnen herinneren.”
Koerts snuift. “...Nou, Baard en Kale is in ieder geval minder erg dan Kuifje en Bobbie.“
Jory proest thee uit.
”Ja toch? Hondje Bobbie?”



Reacties