# 6 - Beroeringen
GEEN SCHOT IN ZAAK REIGERPARKMOORDEN
Het onderzoek in de zaak van de vijf jongeren die op 29 oktober vorig jaar dood in het Reigerpark werden gevonden is gestrand. Aldus een woordvoerder van de Middellandpolitie:
'Van de de vier jongens, resp 18, 17 en 16 jaar, waren er twee bekenden van de politie, maar hun connectie met het vrouwelijke slachtoffer, een 16-jarige scholiere en dochter van een prominente evangelist, is nog steeds onduidelijk. De mogelijkheid van een vete tussen rivaliserende bendes is onderzocht, echter wijst niets er op dat er naast de vier jongeren nog andere personen bij betrokken waren.'
(Het Westland, 12 maart)
Jory stopt de krant terug in zijn jaszak. Koerts laat de bus veel brandstof zuipen, maar het lijkt hem niet verstandig daar iets over te zeggen. Koerts' zwijgzaamheid en zijn mond als een brede horizontale kerf vindt hij meer verontrustend dan zijn rijsnelheid.
Koerts is een dijkweg langs de rivier opgegaan, buigt vlak voor de grote verkeersbrug af naar links, en stopt ergens tussen de dubbele rij dikke pilaren onder het viaduct.
Door de schone ruiten van de bus - "de bestel wassen, turk" - kijkt Jory naar het bijna apocalyptische gebied. Onkruid probeert zich er tot bebossing te ontwikkelen. Er ligt een verbogen beddenspiraal, een stuk verderop leunen een paar roestige vaten tegen elkaar, en de betonnen pijlers zijn volgekalkt met graffiti. Een niemandsland.
“...Waarom stop je hier?”
Koerts snuift. “De roetplek op die derde kolom. Daar is vorig jaar een auto in de hens gestoken. Na het blussen vond de brandweer de verkoolde resten van een vent. Een drugsdealer, bleek later.”
Koerts zegt het op vlakke toon.
“...Waarom zijn we hier?”
Koerts stapt uit, kijkt een ogenblik zwijgend om zich heen. Vervolgens trekt hij zijn bovenkleding uit.
“Kom uit de wagen.”
Jory's maag begint samen te trekken.
“...We zouden naar een klus gaan. Hier is niets.”
Koerts gooit zijn jack en T-shirt over de rand van het open portier.
“Wij hebben nog wat onvoltooid werk.”
Jory vernauwt zijn ogen.
Koerts' rolt zijn spieren. “Kom uit de bus, Gevorgyan.”
“Koerts, schei hier mee uit.”
De kale man buigt zich naar binnen en zegt op gedempte toon: “Wij maken hier en nu af wat toen door Vrijman afgebroken werd.”
Jory strijkt met zijn tong langs zijn droge lippen.
“Het was al af.”
“Om de dooie donder niet.”
“-Helmer, wat wil je nou!”
“Wat ik wil? Wat ik wil? Ik wilde jou een lesje leren. Wat een humor- ik dacht dat ik je aankon!
'Van de de vier jongens, resp 18, 17 en 16 jaar, waren er twee bekenden van de politie, maar hun connectie met het vrouwelijke slachtoffer, een 16-jarige scholiere en dochter van een prominente evangelist, is nog steeds onduidelijk. De mogelijkheid van een vete tussen rivaliserende bendes is onderzocht, echter wijst niets er op dat er naast de vier jongeren nog andere personen bij betrokken waren.'
(Het Westland, 12 maart)
Jory stopt de krant terug in zijn jaszak. Koerts laat de bus veel brandstof zuipen, maar het lijkt hem niet verstandig daar iets over te zeggen. Koerts' zwijgzaamheid en zijn mond als een brede horizontale kerf vindt hij meer verontrustend dan zijn rijsnelheid.
Koerts is een dijkweg langs de rivier opgegaan, buigt vlak voor de grote verkeersbrug af naar links, en stopt ergens tussen de dubbele rij dikke pilaren onder het viaduct.
Door de schone ruiten van de bus - "de bestel wassen, turk" - kijkt Jory naar het bijna apocalyptische gebied. Onkruid probeert zich er tot bebossing te ontwikkelen. Er ligt een verbogen beddenspiraal, een stuk verderop leunen een paar roestige vaten tegen elkaar, en de betonnen pijlers zijn volgekalkt met graffiti. Een niemandsland.
“...Waarom stop je hier?”
Koerts snuift. “De roetplek op die derde kolom. Daar is vorig jaar een auto in de hens gestoken. Na het blussen vond de brandweer de verkoolde resten van een vent. Een drugsdealer, bleek later.”
Koerts zegt het op vlakke toon.
“...Waarom zijn we hier?”
Koerts stapt uit, kijkt een ogenblik zwijgend om zich heen. Vervolgens trekt hij zijn bovenkleding uit.
“Kom uit de wagen.”
Jory's maag begint samen te trekken.
“...We zouden naar een klus gaan. Hier is niets.”
Koerts gooit zijn jack en T-shirt over de rand van het open portier.
“Wij hebben nog wat onvoltooid werk.”
Jory vernauwt zijn ogen.
Koerts' rolt zijn spieren. “Kom uit de bus, Gevorgyan.”
“Koerts, schei hier mee uit.”
De kale man buigt zich naar binnen en zegt op gedempte toon: “Wij maken hier en nu af wat toen door Vrijman afgebroken werd.”
Jory strijkt met zijn tong langs zijn droge lippen.
“Het was al af.”
“Om de dooie donder niet.”
“-Helmer, wat wil je nou!”
“Wat ik wil? Wat ik wil? Ik wilde jou een lesje leren. Wat een humor- ik dacht dat ik je aankon!
Je leek zo'n watje.”
Jory zwijgt verbluft.
In Helmer's ogen ziet hij...
frustratie? wanhoop?
Hij stopt zijn handen tussen zijn knieën en blijft zo rustig mogelijk voor zich uit kijken.
”Het zit me nog steeds niet lekker.”
“...Niemand verloor niemand won.”
Koerts lacht. “O, man. Ooooo man... Godgloeiende!”
Jory zwijgt verbluft.
In Helmer's ogen ziet hij...
frustratie? wanhoop?
Hij stopt zijn handen tussen zijn knieën en blijft zo rustig mogelijk voor zich uit kijken.
”Het zit me nog steeds niet lekker.”
“...Niemand verloor niemand won.”
Koerts lacht. “O, man. Ooooo man... Godgloeiende!”
De vuist op de claxon doet Jory schrikken. Onder het viaduct is het geluid een explosie. Meteen daarop loopt Koerts een paar meter bij de bus vandaan. Jory kijkt door zijn zijraampje om hem in de gaten te houden.
Koerts' vlezige rug en schouders en armen lijken te trillen van frustratie. Het motregent, het is januari, maar de man schijnt het niet te voelen.
Jory wacht, zuchtend.
Uiteindelijk slentert Helmer terug naar de bus, onophoudelijk over zijn bovenlijf wrijvend alsof hij het koude vocht gebruikt om de hitte binnenin te blussen. Hij trekt zijn hemd weer aan.
“...Vergeet het...oké?”
“Vergeet het?? Niet iedereen plamuurt zijn gevoelens en emoties zo makkelijk weg, Gevorgyan!”
Jory zwijgt, andermaal van zijn stuk gebracht.
Koerts vist uit de zak van zijn jack een sigaret. Blaast de rook door zijn neusgaten weg door het openstaande portier. Als een draak zijn vuur denkt Jory.
“...Ik ben geen wereldkampioen martial arts. Ik ben wel behoorlijk sterk. Daarom was het...”
Koerts kauwt op het filter. Het verbaast Jory dat het mentholsigaretten zijn. 'Belinda'. De andere schilders roken zwaardere tabak. Menthols worden gezien als vrouwensigaretten.
“Heb je gebokst? Pomp je ijzer?”
Jory schudt zijn hoofd.
“Je kracht is van jezelf? Sjeezus. Je gooide met me alsof ik een lappenpop was.“
Met in de mondhoek bungelende sigaret trekt Koerts ook zijn jack aan.
“Zou je me gedood hebben? Als Vrijman niet was verschenen?”
“Ik...ik weet het niet!”
Koerts priemt met de sigaret naar hem. “Die oorlogsverklaring deed je niet omdat je bang van me bent. Dus waarom zit je sindsdien je billen samen te knijpen? Dat doe je, Turk.”
Helmer kijkt weg.
”Niet dat ik je billen nou zo aantrekkelijk vind. Al dat zwarte haar erop, hè?”
Jory bergt Koerts' belediging op bij de vorige.
Hij tuurt naar iets dat in het zwerfvuil bij een pilaar rondscharrelt. Een zwerfkat. Of een gemuteerde rat. Boven hoort hij het verkeer voortrazen, zzzoef ...zzzoef. Automobilisten, die geen idee hebben van het stukje vergeten wereld onder hen.
verkoolde lijk
is hij van plan mijn lichaam hier achter te laten?
hij heeft altijd een Bowie mes aan zijn riem hangen
“In de loods.”
Jory beweegt onrustig. “Ik herinner het me nauwelijks- omdat ik er niet meer aan denk!”
De ander staart in een verte.
“Helmer, er was ergens haast bij zei je. En het is al v-”
“-Ja we gaan.”
Koerts piekt zijn rokertje weg, en trekt het portier dicht.
“Zo veroorzaak je brand.“
“...Het gras is zeiknat, betweter!“
Koerts' vlezige rug en schouders en armen lijken te trillen van frustratie. Het motregent, het is januari, maar de man schijnt het niet te voelen.
Jory wacht, zuchtend.
Uiteindelijk slentert Helmer terug naar de bus, onophoudelijk over zijn bovenlijf wrijvend alsof hij het koude vocht gebruikt om de hitte binnenin te blussen. Hij trekt zijn hemd weer aan.
“...Vergeet het...oké?”
“Vergeet het?? Niet iedereen plamuurt zijn gevoelens en emoties zo makkelijk weg, Gevorgyan!”
Jory zwijgt, andermaal van zijn stuk gebracht.
Koerts vist uit de zak van zijn jack een sigaret. Blaast de rook door zijn neusgaten weg door het openstaande portier. Als een draak zijn vuur denkt Jory.
“...Ik ben geen wereldkampioen martial arts. Ik ben wel behoorlijk sterk. Daarom was het...”
Koerts kauwt op het filter. Het verbaast Jory dat het mentholsigaretten zijn. 'Belinda'. De andere schilders roken zwaardere tabak. Menthols worden gezien als vrouwensigaretten.
“Heb je gebokst? Pomp je ijzer?”
Jory schudt zijn hoofd.
“Je kracht is van jezelf? Sjeezus. Je gooide met me alsof ik een lappenpop was.“
Met in de mondhoek bungelende sigaret trekt Koerts ook zijn jack aan.
“Zou je me gedood hebben? Als Vrijman niet was verschenen?”
“Ik...ik weet het niet!”
Koerts priemt met de sigaret naar hem. “Die oorlogsverklaring deed je niet omdat je bang van me bent. Dus waarom zit je sindsdien je billen samen te knijpen? Dat doe je, Turk.”
Helmer kijkt weg.
”Niet dat ik je billen nou zo aantrekkelijk vind. Al dat zwarte haar erop, hè?”
Jory bergt Koerts' belediging op bij de vorige.
Hij tuurt naar iets dat in het zwerfvuil bij een pilaar rondscharrelt. Een zwerfkat. Of een gemuteerde rat. Boven hoort hij het verkeer voortrazen, zzzoef ...zzzoef. Automobilisten, die geen idee hebben van het stukje vergeten wereld onder hen.
verkoolde lijk
is hij van plan mijn lichaam hier achter te laten?
hij heeft altijd een Bowie mes aan zijn riem hangen
“In de loods.”
Jory beweegt onrustig. “Ik herinner het me nauwelijks- omdat ik er niet meer aan denk!”
De ander staart in een verte.
“Helmer, er was ergens haast bij zei je. En het is al v-”
“-Ja we gaan.”
Koerts piekt zijn rokertje weg, en trekt het portier dicht.
“Zo veroorzaak je brand.“
“...Het gras is zeiknat, betweter!“
wat moet ik met die man
één bonk frustratie
Jory voelt in zijn jaszak.
“...Een dropje?”
“Wat?” Koerts schenkt het zakje een korte blik. “Nee dank je. Ik lust alleen Engelse drop. Daar zit tenminste West-Europese lijm in, geen Arabische.”
Jory bergt het zakje weer op.
Koerts hinnikt. “Gom. Ik bedoel Arabische gom. Ik bedoel dat ik behalve chinees en pizza niks buitenlands moet. Ahhhh!...” Koerts legt een arm gebogen op het stuur, en laat zijn hoofd op zijn hand zakken.
één bonk frustratie
Jory voelt in zijn jaszak.
“...Een dropje?”
“Wat?” Koerts schenkt het zakje een korte blik. “Nee dank je. Ik lust alleen Engelse drop. Daar zit tenminste West-Europese lijm in, geen Arabische.”
Jory bergt het zakje weer op.
Koerts hinnikt. “Gom. Ik bedoel Arabische gom. Ik bedoel dat ik behalve chinees en pizza niks buitenlands moet. Ahhhh!...” Koerts legt een arm gebogen op het stuur, en laat zijn hoofd op zijn hand zakken.
theatraal
Jory is iets anders opgevallen.
Gevorgyan
vanaf ons eerste moment samen; zonder hapering en zonder harde Hollandse G'
opmerkelijk.
“Het is niet ver van hier, we zijn er binnen tien minut-- Jezus op rolschaatsjes, zit je nou te grienen??”
“Ik kreeg een stofje in m'n oog-”
Jory houdt zijn gezicht afgewend. Hij tast naar de deurhendel.
niet vluchten je kunt 'm aan
Koerts gaat rechtop zitten.
Jory is iets anders opgevallen.
Gevorgyan
vanaf ons eerste moment samen; zonder hapering en zonder harde Hollandse G'
opmerkelijk.
“Het is niet ver van hier, we zijn er binnen tien minut-- Jezus op rolschaatsjes, zit je nou te grienen??”
“Ik kreeg een stofje in m'n oog-”
Jory houdt zijn gezicht afgewend. Hij tast naar de deurhendel.
niet vluchten je kunt 'm aan
Koerts gaat rechtop zitten.
“Jij hebt bagage bij je. Nietwaar, Jorie?” Helmer klinkt ademloos. Hij schraapt zijn keel. “Dat heb ik ook. Mag je best weten. Of laat ik het zo stellen; je moet het weten. En weet je waarom? Het samenwerken. We voelen elkaar aan. Ik voelde dat meteen. Jij toch ook?”
Jory doet er het zwijgen toe.
hij overdrijftJory doet er het zwijgen toe.
we slagen erin te werken zonder ruzies en vechtpartijen
”Hoor je me?!”
“Ik hoor je.”
Helmer strijkt peinzend over zijn gladde schedel, van voren naar achteren en terug. Alsof hij hoopt stoppeltjes te zullen voelen.
“...Goed, die opmerking over je weggeplamuurde gevoelens had ik niet moeten maken. Ik hoor mezelf niet graag zeggen dat ik ongelijk heb, maar hier heb je er eentje, droplul.”
“...Het is de tweede.”
“...Welke tweede.”
Jory bedwingt de neiging een pakje Kleenex tevoorschijn te halen om zijn neus te snuiten.
“Je zei een keer dat je iets goed te maken had.”
“Oh...kijk, dat is nou iets dat ik me niet herinner.”
Jory zoekt naar woorden.
“...Je wilt me horen zeggen dat ik aan jou een hekel heb.”
Koerts schenkt hem een blik. “Zozo...En heb je dat?”
Jory knikt aarzelend.
”Een beetje of veel?”
“Niet genoeg om-“
“Om wat?“
“-Ik heb natuurlijk een reden om een hekel aan je te hebben, denk je ook niet?!”
“Je zou weg kunnen gaan.
“Ik hoor je.”
Helmer strijkt peinzend over zijn gladde schedel, van voren naar achteren en terug. Alsof hij hoopt stoppeltjes te zullen voelen.
“...Goed, die opmerking over je weggeplamuurde gevoelens had ik niet moeten maken. Ik hoor mezelf niet graag zeggen dat ik ongelijk heb, maar hier heb je er eentje, droplul.”
“...Het is de tweede.”
“...Welke tweede.”
Jory bedwingt de neiging een pakje Kleenex tevoorschijn te halen om zijn neus te snuiten.
“Je zei een keer dat je iets goed te maken had.”
“Oh...kijk, dat is nou iets dat ik me niet herinner.”
Jory zoekt naar woorden.
“...Je wilt me horen zeggen dat ik aan jou een hekel heb.”
Koerts schenkt hem een blik. “Zozo...En heb je dat?”
Jory knikt aarzelend.
”Een beetje of veel?”
“Niet genoeg om-“
“Om wat?“
“-Ik heb natuurlijk een reden om een hekel aan je te hebben, denk je ook niet?!”
“Je zou weg kunnen gaan.
Een andere baan zoeken.“
“-Dat is helemaal de limit! Ik laat me door jou niet wegtreiteren.“
Helmer grijnst. “Doe maar niet, ik zal je een slappe drol vinden.““-Dat is helemaal de limit! Ik laat me door jou niet wegtreiteren.“
Hij haalt zijn schouders op. “Je bent niet de enige die moeite met me heeft. Ik durf confrontaties aan te gaan, ik ben recht-door-zee. Ik lach mensen openlijk uit om hun idiote bekrompen opvattingen. Zoals-”
Hij breekt af en schakelt naar iets anders.
“Wat denk jij dat er gebeurde?”
de loods
“Koerts, daar is geen zinnig antwoord op te geven, je was-“
“-Ja, ik schaamde me rot! Ik beet je- het blijft waarschijnlijk een litteken.”
“Helmer...het was een misverstand...okee?”
maar voordat je me beet deed je iets anders
“Een misverstand?”, snuift Helmer Koerts. “Ja, die komen soms voor.”
Jory wil hem vragen waarom hij het 'misverstand' had begaan, het is nu het moment! maar Helmer start de motor, maakt een draai en scheurt terug naar de dijk, luid een of andere popsong zingend.
De klus is in een nieuwbouwwijk die Jory niet kent. Koerts stopt voor een hoog, door veel groen omgeven gebouw. Op de luifel boven de concave entree is in dikke witte glazen letters te lezen 'De Almhof'. In een hoek van het portiek staan twee gemotoriseerde rolstoelen.
Jory probeert vanuit de bus de bovenste verdieping te zien. Het is in ieder geval een gevel waar geen verfwerk aan zit. Kitten misschien?
“Is het dit...? Binnenwerk?”
Koerts rekt zich langzaam uit.
“Ja. Spoedopdracht van Cor. Hij heeft zitten klooien en dreigt dit kwijt te raken. En met dit ook andere klussen in de zorgsector.
Hij breekt af en schakelt naar iets anders.
“Wat denk jij dat er gebeurde?”
de loods
“Koerts, daar is geen zinnig antwoord op te geven, je was-“
“-Ja, ik schaamde me rot! Ik beet je- het blijft waarschijnlijk een litteken.”
“Helmer...het was een misverstand...okee?”
maar voordat je me beet deed je iets anders
“Een misverstand?”, snuift Helmer Koerts. “Ja, die komen soms voor.”
Jory wil hem vragen waarom hij het 'misverstand' had begaan, het is nu het moment! maar Helmer start de motor, maakt een draai en scheurt terug naar de dijk, luid een of andere popsong zingend.
De klus is in een nieuwbouwwijk die Jory niet kent. Koerts stopt voor een hoog, door veel groen omgeven gebouw. Op de luifel boven de concave entree is in dikke witte glazen letters te lezen 'De Almhof'. In een hoek van het portiek staan twee gemotoriseerde rolstoelen.
Jory probeert vanuit de bus de bovenste verdieping te zien. Het is in ieder geval een gevel waar geen verfwerk aan zit. Kitten misschien?
“Is het dit...? Binnenwerk?”
Koerts rekt zich langzaam uit.
“Ja. Spoedopdracht van Cor. Hij heeft zitten klooien en dreigt dit kwijt te raken. En met dit ook andere klussen in de zorgsector.
Ik mag je dit eigenlijk niet vertellen.”
“…Waarom niet?”
“Om te voorkomen dat het doorgeluld wordt. ...Gelukkig is doorlullen niet jouw stijl, hè? Jij lult alleen tegen jezelf, tegen het gekrompen spiegelbeeld in je hoofd.”
Jory moet dit even verwerken.
leven met Koerts is continue verwerken
“...Ik bedoel, waarom wij?”
“Misschien omdat Cor ons zo'n vertederend paartje vindt? Hee maat- jij hebt een hoop moeite met mij. En ik met jou. Het is gewoon zo. Wie van ons rot dus op naar een andere planeet.”
“Ehh...ik denk dat ik langer op deze planeet ben dan jij.”
“O ja?”
”Ik ben een en veertig.”
Jory wacht op de kogels. Schieten met weerwoorden, heeft hij geleerd, is voor Koerts een oppepper. Hij zit nooit zonder munitie.
Behalve nu.
Koerts kijkt glazig voor zich uit.
“...Ik ruik jou, oude man”, zegt hij. “Zelfs als ik thuis ben. Idioot, hè?”
Jory blijft naar buiten kijken. Het is een vreemde opmerking, verontustend. Jory begrijpt dat Koerts niet bedoelt 'je stinkt', maar...
”Er hing een traan in je baard. Je hebt zitten huilen.”
”Ik had een-”
”Laat maar, Gevorgyan! Je hebt al bewezen dat je een man bent en geen poederdonsje.”
gotallemachtig hij speelt met gevoelens als een jongleur met ballen
Sinds ze voor de deur van het gebouw staan, hebben ze geen levende ziel te zien gekregen. Niet op de parkeerplaats, niet achter de glazen entree deuren. Alsof niet alleen alle bewoners hun laatste kaarsjes hebben uitgeblazen maar ook het personeel.
“De recreatiezaal annex bingohal voor de bejaardjes. Een flinke lap. Muren en plafond en de barhoek. Pastelgeel, twee keer, want doorgerookt tot en met. Ze hebben morgenavond een groot feest, dus het is meters maken. Morgenmiddag na tweeën willen ze de boel kunnen versieren en zo. De spullen zijn al gebracht.”
Koerts piekt een papier in Jory's schoot. Hij vouwt het A-viertje open.
Hij heeft hem een keer horen zeggen: “Geef het bestek maar aan de Turk, die leest zulk spul alsof het een porno roman is“
“De ruimte is niet leeg gemaakt dus de hele zooi moet afgedekt en afgeplakt worden. Vijftien, zestien uur hebben we er voor. Het is nu kwart over drie, we mogen de hele avond en nacht doorgaan, maar het blijft verdomde weinig.”“…Waarom niet?”
“Om te voorkomen dat het doorgeluld wordt. ...Gelukkig is doorlullen niet jouw stijl, hè? Jij lult alleen tegen jezelf, tegen het gekrompen spiegelbeeld in je hoofd.”
Jory moet dit even verwerken.
leven met Koerts is continue verwerken
“...Ik bedoel, waarom wij?”
“Misschien omdat Cor ons zo'n vertederend paartje vindt? Hee maat- jij hebt een hoop moeite met mij. En ik met jou. Het is gewoon zo. Wie van ons rot dus op naar een andere planeet.”
“Ehh...ik denk dat ik langer op deze planeet ben dan jij.”
“O ja?”
”Ik ben een en veertig.”
Jory wacht op de kogels. Schieten met weerwoorden, heeft hij geleerd, is voor Koerts een oppepper. Hij zit nooit zonder munitie.
Behalve nu.
Koerts kijkt glazig voor zich uit.
“...Ik ruik jou, oude man”, zegt hij. “Zelfs als ik thuis ben. Idioot, hè?”
Jory blijft naar buiten kijken. Het is een vreemde opmerking, verontustend. Jory begrijpt dat Koerts niet bedoelt 'je stinkt', maar...
”Er hing een traan in je baard. Je hebt zitten huilen.”
”Ik had een-”
”Laat maar, Gevorgyan! Je hebt al bewezen dat je een man bent en geen poederdonsje.”
gotallemachtig hij speelt met gevoelens als een jongleur met ballen
Sinds ze voor de deur van het gebouw staan, hebben ze geen levende ziel te zien gekregen. Niet op de parkeerplaats, niet achter de glazen entree deuren. Alsof niet alleen alle bewoners hun laatste kaarsjes hebben uitgeblazen maar ook het personeel.
“De recreatiezaal annex bingohal voor de bejaardjes. Een flinke lap. Muren en plafond en de barhoek. Pastelgeel, twee keer, want doorgerookt tot en met. Ze hebben morgenavond een groot feest, dus het is meters maken. Morgenmiddag na tweeën willen ze de boel kunnen versieren en zo. De spullen zijn al gebracht.”
Koerts piekt een papier in Jory's schoot. Hij vouwt het A-viertje open.
Hij heeft hem een keer horen zeggen: “Geef het bestek maar aan de Turk, die leest zulk spul alsof het een porno roman is“
door mijn geplamuur, denkt Jory.
“Heb je gehoord wat ik zei?”
een flinke klus. en ik heb vannacht verdomde slecht geslapen
Hij knikt. “Het gaat lukken.”
Koerts kauwt op de binnenkant van zijn wang.
“Als het niet lukt drink je de verfresten op”, dreigt hij, en stapt uit.
“Heb je gehoord wat ik zei?”
een flinke klus. en ik heb vannacht verdomde slecht geslapen
Hij knikt. “Het gaat lukken.”
Koerts kauwt op de binnenkant van zijn wang.
“Als het niet lukt drink je de verfresten op”, dreigt hij, en stapt uit.
Reacties
Een reactie posten