# 4 - Beroeringen
“...Dit is niet voor het eerst, hè?” zei Dirk Vrijman tot een van de mannen in zijn kantoor. Dat naar Dirk's idee ineens te klein leek.
“Gewoon wat stoeiwerk”, nuanceerde employee Koerts nasaal.
Zijn neus was zienderogend aan het opzwellen. Hij was al geen knappe kerel, en zag er nu helemaal uit als een mislukt medisch experiment.
“Stoeiwerk? Daar betaal ik je niet voor, Koerts!”
Helmer Koerts irriteerde Vrijman. Met zijn brutale gegrijns, de vingertoppen die hij regelmatig over zijn blote armen liet vlinderden.
“Het kan me niet schelen wie begonnen is, het gaat mij-”
“Ik.” zei Koerts onmiddellijk.
“-er om dat ik zulk gedonderjaag niet in mijn bedrijf wil.”
“...Nou vooruit, misschien heb ik er wel een beetje om gevraagd. Maar moet ik in een hoekje gaan zitten huilen als iemand mijn neus breekt? Dan wil ik bij de ander ook iets voelen knappen. Ik weet zeker dat ik een van zijn ribben gebroken heb.”
Vrijman was de loods binnengegaan vanwege de geluiden daar, en had in eerste instantie niet begrepen wat hij zag en hoorde. Een grauwende man op zijn rug, een grommende andere bovenop hem. En die...
Het leek een scene uit een horrorfilm. “Héé!” had hij geblaft.
De bovenliggende man - Koerts - worstelde zich overeind en liep een aantal meters weg. De nieuwkomer ging op zijn knieën zitten en veegde met zijn mouw zijn mond af.
Vrijman zag dat anderen nieuwsgierig de loods waren binnen gekomen. Ze hadden al naar hun karwei moeten zijn. Dirk was geen moeilijke baas, maar ditmaal gaf hij alle aanwezigen flink de wind van voren.
“...Heb je een gebroken rib?” vroeg hij nu in zijn kantoortje aan degene die nog geen woord gezegd had.
De Marokkaan, of wat hij ook was, schudde zijn hoofd.
Vrijman zuchtte.
“Waar ging dit om?”
“Om niks!”, grommelde Koerts, zijn armen over elkaar slaand. “Ik reageer gewoon slecht op buitenlanders. Is algemeen bekend.”
“-Koerts, zo'n instelling accepteer ik hier niet!”
Dirk keek weer naar degene die half achter Koerts stond. Een stille. Tijdens zijn sollicitatie had hij ook nauwelijks gesproken. Maar zijn papieren waren in orde, en na een telefoontje had zijn vorige werknemer hem verzekerd dat Gervordiaan Ozzeldinges een goeie kracht was. Benodigde weinig uitleg, kon prima op zichzelf werken en was geen ruziezoeker.
Er glinsterde bloed in zijn dichte baard. Een wond aan zijn onderlip, zag Dirk. Met zijn dichttrekkende linkeroog leek de Mediterrane man staande te doezelen.
“Ik ben het zat, Koerts.”
“Ja?”
“Het lijkt me beter als we een punt achter de samenwerking zetten, per direct.”
“Gewoon wat stoeiwerk”, nuanceerde employee Koerts nasaal.
Zijn neus was zienderogend aan het opzwellen. Hij was al geen knappe kerel, en zag er nu helemaal uit als een mislukt medisch experiment.
“Stoeiwerk? Daar betaal ik je niet voor, Koerts!”
Helmer Koerts irriteerde Vrijman. Met zijn brutale gegrijns, de vingertoppen die hij regelmatig over zijn blote armen liet vlinderden.
“Het kan me niet schelen wie begonnen is, het gaat mij-”
“Ik.” zei Koerts onmiddellijk.
“-er om dat ik zulk gedonderjaag niet in mijn bedrijf wil.”
“...Nou vooruit, misschien heb ik er wel een beetje om gevraagd. Maar moet ik in een hoekje gaan zitten huilen als iemand mijn neus breekt? Dan wil ik bij de ander ook iets voelen knappen. Ik weet zeker dat ik een van zijn ribben gebroken heb.”
Vrijman was de loods binnengegaan vanwege de geluiden daar, en had in eerste instantie niet begrepen wat hij zag en hoorde. Een grauwende man op zijn rug, een grommende andere bovenop hem. En die...
Het leek een scene uit een horrorfilm. “Héé!” had hij geblaft.
De bovenliggende man - Koerts - worstelde zich overeind en liep een aantal meters weg. De nieuwkomer ging op zijn knieën zitten en veegde met zijn mouw zijn mond af.
Vrijman zag dat anderen nieuwsgierig de loods waren binnen gekomen. Ze hadden al naar hun karwei moeten zijn. Dirk was geen moeilijke baas, maar ditmaal gaf hij alle aanwezigen flink de wind van voren.
“...Heb je een gebroken rib?” vroeg hij nu in zijn kantoortje aan degene die nog geen woord gezegd had.
De Marokkaan, of wat hij ook was, schudde zijn hoofd.
Vrijman zuchtte.
“Waar ging dit om?”
“Om niks!”, grommelde Koerts, zijn armen over elkaar slaand. “Ik reageer gewoon slecht op buitenlanders. Is algemeen bekend.”
“-Koerts, zo'n instelling accepteer ik hier niet!”
Dirk keek weer naar degene die half achter Koerts stond. Een stille. Tijdens zijn sollicitatie had hij ook nauwelijks gesproken. Maar zijn papieren waren in orde, en na een telefoontje had zijn vorige werknemer hem verzekerd dat Gervordiaan Ozzeldinges een goeie kracht was. Benodigde weinig uitleg, kon prima op zichzelf werken en was geen ruziezoeker.
Er glinsterde bloed in zijn dichte baard. Een wond aan zijn onderlip, zag Dirk. Met zijn dichttrekkende linkeroog leek de Mediterrane man staande te doezelen.
“Ik ben het zat, Koerts.”
“Ja?”
“Het lijkt me beter als we een punt achter de samenwerking zetten, per direct.”
Koerts grijnsde met scheve mond. “En wat laat je me ongaarne gaan. Het beste paard van stal.”
“-Dat vind jij! ...Hoor eens, ik denk dat er met jou niet te werken is, Koerts. En bij een bedrijf gaat het het om arbeid.”
“Je geeft hem ook de zak?”
Vrijman liet zijn wenkbrauwen dansen. “Je zei zojuist dat hij niet begonnen is!“
Koerts knikte, zichtbaar onwillig.
“...Mevrouw Coreander is vandaag naar de trouwerij van haar nichtje, je moet morgenochtend maar terugkomen voor de administratieve afwikkeling.”
Na een kortstondige maar felle blik op zijn opponent dreunde hij het kantoor uit.
Tegen de achtergebleven man zei Dirk: “Dat wordt moeilijk werken met zo’n kijker, eh, Ozz...”
“Gevorgyan, meneer.”
Dirk wuifde het naamprobleem ongeduldig weg.
“Achter je op de kast staat een verbanddoos, doe wat Dettol op je lip. ...'s kijken...het is nu donderdag. Het is niet echt komkommertijd, maar maak jij er maar een lang weekend van. Sorry dat dit gebeurd is.”
“Ik hoef niet--”
“Ga naar huis! Ik zie je maandag weer.”
De werknemer knikte onzeker en vertrok met een geluidloos sluitende kantoordeur.
jammer, dacht Dirk, ik heb zojuist een goeie kracht laten gaan
“-Dat vind jij! ...Hoor eens, ik denk dat er met jou niet te werken is, Koerts. En bij een bedrijf gaat het het om arbeid.”
“Je geeft hem ook de zak?”
Vrijman liet zijn wenkbrauwen dansen. “Je zei zojuist dat hij niet begonnen is!“
Koerts knikte, zichtbaar onwillig.
“...Mevrouw Coreander is vandaag naar de trouwerij van haar nichtje, je moet morgenochtend maar terugkomen voor de administratieve afwikkeling.”
Na een kortstondige maar felle blik op zijn opponent dreunde hij het kantoor uit.
Tegen de achtergebleven man zei Dirk: “Dat wordt moeilijk werken met zo’n kijker, eh, Ozz...”
“Gevorgyan, meneer.”
Dirk wuifde het naamprobleem ongeduldig weg.
“Achter je op de kast staat een verbanddoos, doe wat Dettol op je lip. ...'s kijken...het is nu donderdag. Het is niet echt komkommertijd, maar maak jij er maar een lang weekend van. Sorry dat dit gebeurd is.”
“Ik hoef niet--”
“Ga naar huis! Ik zie je maandag weer.”
De werknemer knikte onzeker en vertrok met een geluidloos sluitende kantoordeur.
jammer, dacht Dirk, ik heb zojuist een goeie kracht laten gaan
Maar Dirk herinnerde zich wat hij in de loods had gezien.
Koerts is verdomme een psychopaat
Dirk Vrijman's spijt verdubbelde toen zijn overgebleven bedrijfsaanwinst de dag erna toch op kantoor verscheen. Met de mededeling dat hij zijn proefperiode niet wenste te voltooien.
Dirk vroeg hem of Koerts er mee te maken had, maar Ozzelmans wilde geen reden geven.
“Okee. Ik wil jullie hier allebei niet meer zien,” zei hij wrevelig.
Dirk Vrijman's spijt verdubbelde toen zijn overgebleven bedrijfsaanwinst de dag erna toch op kantoor verscheen. Met de mededeling dat hij zijn proefperiode niet wenste te voltooien.
Dirk vroeg hem of Koerts er mee te maken had, maar Ozzelmans wilde geen reden geven.
“Okee. Ik wil jullie hier allebei niet meer zien,” zei hij wrevelig.
Reacties
Een reactie posten