# 3 - Beroeringen
…Ik een hondenliefhebber?
Wat moet ik met honden?
Er zijn toch negors?
Helmer J. Koerts
Helmer vergeet nooit hoe het begon.
De 'Turk' verscheen toen Helmer zijn vijfde week bij Vrijman Schilders was ingegaan. Zo'n beetje het laatste bedrijf waar hij nog niet gewerkt had. Helmer Koerts was geen blijvertje.
Hij negeerde de nieuwkomer, al was zijn belangstelling wel gewekt. Hij besloot hem te bewaren. Voor later. Een turrek was weer eens wat anders dan een surie!
Het ontging niemand dat de man met de Arabische naam en neus niet alleen zwijgzaam was, maar tijdens het schaftgebeuren zelfs verdween.
“Beetje stille, die.”
“Volgens mij verstaat hij nauwelijks Nederlands!”
Bart Pedersen, nog vier jaar van zijn AOW af, keek op.
“Ga 'm niet op z'n huid zitten, Koerts. Ik heb met 'm gewerkt, die jongen is een vakman. En minder lawaaiig dan jij.”
“Een vakman? Net als ik? Onmogelijk“, zei Koerts, een sinaasappel pellend. “Ik gedraag me in ieder geval niet als een dwergaap die kunstjes heeft geleerd.”
Het ontlokte wat onzeker gegrinnik, maar Pedersen zei: “...Wat ben jij toch een nazi.”
Hij negeerde de nieuwkomer, al was zijn belangstelling wel gewekt. Hij besloot hem te bewaren. Voor later. Een turrek was weer eens wat anders dan een surie!
Het ontging niemand dat de man met de Arabische naam en neus niet alleen zwijgzaam was, maar tijdens het schaftgebeuren zelfs verdween.
“Beetje stille, die.”
“Volgens mij verstaat hij nauwelijks Nederlands!”
Bart Pedersen, nog vier jaar van zijn AOW af, keek op.
“Ga 'm niet op z'n huid zitten, Koerts. Ik heb met 'm gewerkt, die jongen is een vakman. En minder lawaaiig dan jij.”
“Een vakman? Net als ik? Onmogelijk“, zei Koerts, een sinaasappel pellend. “Ik gedraag me in ieder geval niet als een dwergaap die kunstjes heeft geleerd.”
Het ontlokte wat onzeker gegrinnik, maar Pedersen zei: “...Wat ben jij toch een nazi.”
Koerts lachte.
“Wil je weten waar die baardaap naar toe is? Ergens waar hij ongestoord zijn kont aan Allaa kan laten zien. Dat doen die geïmporteerde geiteneukers allemaal.”
De oudere man verstrakte.
“Ik ben zelf Christelijk, Koerts.”
Atheist Koerts schokschouderde.
“Dat is jouw handicap, Bart. Maar even goeie vrienden, hoor. Pedersen is toch een blonde vikingnaam?”
Het was twijfelachtig dat Helmer Koerts vrienden had.
“Wil je weten waar die baardaap naar toe is? Ergens waar hij ongestoord zijn kont aan Allaa kan laten zien. Dat doen die geïmporteerde geiteneukers allemaal.”
De oudere man verstrakte.
“Ik ben zelf Christelijk, Koerts.”
Atheist Koerts schokschouderde.
“Dat is jouw handicap, Bart. Maar even goeie vrienden, hoor. Pedersen is toch een blonde vikingnaam?”
Het was twijfelachtig dat Helmer Koerts vrienden had.
Daar leek hij totaal niet mee te zitten.
“Wasbenzine, turrek”
“Wasbenzine, turrek”
Bij zoiets stond Helmer nauwelijks stil. Tact was niet zijn sterkste punt, maar zijn uitvergrote botheid naar andersgetinten toe was iets van de laatste tijd. Voortkomend uit het gevoel dat hij steeds minder van zijn 'eigen' mensen zag, en steeds meer van 'hen', legde hij een keer uit.
Het leidde soms tot opstand. Hetgeen hij beantwoordde met een 'per ongeluk' uit zijn handen vallende verfemmer op tenen, “Sorry 'k hield 'm niet.“
Het leidde soms tot opstand. Hetgeen hij beantwoordde met een 'per ongeluk' uit zijn handen vallende verfemmer op tenen, “Sorry 'k hield 'm niet.“
Zijn meer favoriete manier was de sukkel bij zijn strot te grijpen en dwingen tot oogcontact. Daar kregen ze altijd slappe darmen van. Helmer wist dat hij de ogen van een psychopaat had, en maakte daar volop gebruik van.
Er werden zelden klachten tegen hem ingediend, de meeste schilders waren bang van de mannetjesputter met het vreemd gevormde hoofd en kolenschoppen van handen. Als Rinus Vrijman er toch achter kwam dat Koerts zich had misdragen, nam zijn werknemer de reprimande met scheve mond in ontvangst en liet een paar dagen later de samboos en pindaas als vanouds rollen. Op gedempter toon, dat wel.
Het probleem voor zijn vijanden was dat Helmer zich van niks en niemand iets aantrok. Het voordeel voor zijn werkgevers was dat Helmer Koerts de snelste en beste schilder was die zij ooit hadden gehad. Sommige van zijn ex-bazen hadden hem gesmeekt te blijven wanneer hij weer eens last kreeg van wanderlust.
Hij had nog een goeie kant; de kantjes eraf lopen, dat deed hij niet. Wat een invloed had op zijn collega's omdat hij zoiets domweg niet tolereerde in zijn omgeving. ”Zit je vastgezogen op een dildo? Laat je klauwen wapperen, of ik laat je oren wapperen!”Er werden zelden klachten tegen hem ingediend, de meeste schilders waren bang van de mannetjesputter met het vreemd gevormde hoofd en kolenschoppen van handen. Als Rinus Vrijman er toch achter kwam dat Koerts zich had misdragen, nam zijn werknemer de reprimande met scheve mond in ontvangst en liet een paar dagen later de samboos en pindaas als vanouds rollen. Op gedempter toon, dat wel.
Het probleem voor zijn vijanden was dat Helmer zich van niks en niemand iets aantrok. Het voordeel voor zijn werkgevers was dat Helmer Koerts de snelste en beste schilder was die zij ooit hadden gehad. Sommige van zijn ex-bazen hadden hem gesmeekt te blijven wanneer hij weer eens last kreeg van wanderlust.
Met zijn overwicht had hij al lang een eigen bedrijf op kunnen starten, maar daar had hij een broertje dood aan. ”Nah, te veel rompslomp. 's Avonds in de boekhouding piemelen, ik doe dat liever in een vochtig gleufje!”
Koerts bezat een zekere integriteit. Het 'van dik hout zaagt men planken' soort. Een keer zei iemand dat Vrijman te zwak was om een personeelsbestand te leiden. Dat maakte Helmer kwaad. ”Doe jij het beter dan? Broekie? Zeg dit nooit meer, lul.”
Zelf ondergeschikt zijn aan een baas en een voorman zag hij anders. Dat bazen ook nodig waren om werknemers als Koerts in het gareel te houden ontging hem geheel.
Helmer bevond zich als enige in de loods waar voorraden en grootmaterieel als ladders en stellingonderdelen stonden. Midden in de ruimte zat hij gehurkt aan een weerbarstige luchtcompressor te prutsen. In zijn blote bast, ondanks dat er door de opengeschoven loodsdeuren lucht van hooguit vijf graden celsius naar binnen stroomde. Helmer was een zweter. Dat hinderde hem alleen als het zweet niet weg kon. Dus gaf hij zijn lichaamsvocht zoveel mogelijk de gelegenheid te verdampen of weg te waaien. Een gure winterwind was daarvoor even geschikt als een zomerse mistral.
Toen de nieuweling terugkeerde met de wasbenzine bleek hij ook een boodschap bij zich te hebben.
“Helmer… zo heet je toch? Ik ben Jory.”
Met openzakkende mond keek Helmer omhoog.
“...Jory Gevorgyan.”
Helmer voelde wel dat de meeste van zijn collega's hem niet pruimden. Tja, hij was nu eenmaal een recht-door-zee grappenmaker. Jaloezie, was het. En vrees. Hij was fysiek sterk. Een moderne Herkules!
En nu was er in zijn vakwereld een 'kamelencowboy' bijgekomen. Helmer Koerts deed veel mentaal snuifwerk. Het land ging naar de kloten.
En nu was er in zijn vakwereld een 'kamelencowboy' bijgekomen. Helmer Koerts deed veel mentaal snuifwerk. Het land ging naar de kloten.
Helmer bevond zich als enige in de loods waar voorraden en grootmaterieel als ladders en stellingonderdelen stonden. Midden in de ruimte zat hij gehurkt aan een weerbarstige luchtcompressor te prutsen. In zijn blote bast, ondanks dat er door de opengeschoven loodsdeuren lucht van hooguit vijf graden celsius naar binnen stroomde. Helmer was een zweter. Dat hinderde hem alleen als het zweet niet weg kon. Dus gaf hij zijn lichaamsvocht zoveel mogelijk de gelegenheid te verdampen of weg te waaien. Een gure winterwind was daarvoor even geschikt als een zomerse mistral.
Toen de nieuweling terugkeerde met de wasbenzine bleek hij ook een boodschap bij zich te hebben.
“Helmer… zo heet je toch? Ik ben Jory.”
Met openzakkende mond keek Helmer omhoog.
“...Jory Gevorgyan.”
“Wat?”
“Zo heet ik.”
“Jauwrie?”
“Jory. Met gesloten O.”
“-Een gesloten O nogal liefst!"
Koerts spande genietend zijn dominante spieren. ”Voor een Turrek een beetje vreemde naam, vind je niet? Jullie heten toch allemaal Ali?”“Zo heet ik.”
“Jauwrie?”
“Jory. Met gesloten O.”
“-Een gesloten O nogal liefst!"
“...Ik ben al sinds m'n zesde jaar in Nederland.”
“Zeg die achternaam nog 's?““Gevorgyan.“
Helmer herhaalde het. Zonder de verbastering die hij gewoontegetrouw was te maken.
“Klinkt Russies.“ zei Helmer teleurgesteld.
“Klinkt Russies.“ zei Helmer teleurgesteld.
“...Armeens. Het ligt bovenop Turkije, als het ware.“
De Armeense Nederlander die accentloos Nederlands sprak had kleine ogen.
De Armeense Nederlander die accentloos Nederlands sprak had kleine ogen.
gleufjes, dacht Helmer, die hebben iets gluiperigs
“Maar jij mag mij best Turk noemen als ik-”
“Maar jij mag mij best Turk noemen als ik-”
“-Mag?” interrumpeerde Helmer, verrukt overeind komend.
“…als ik Kelt zeggen mag,” voltooide de Turk.
Helmers rechteroor schoot naar baardman's mond.
“Hoe?”
“K...Kelt.” De stem van de man begon te haperen.
Helmer's stem kreeg een rommelende klank. “Dat is toch niet toevallig Turks voor 'hollandse kaaskop', hè?”
De in poetslap gewikkelde fles wasbenzine koesterend als een baby met een volle luier bekeek de nieuwkomer het apparaat aan hun voeten.
“Hee ik vraag je wat.”
“Oh. Zij waren de eerste bewoners van Nederland. De Kelten. Een paar duizend jaar geleden. Ze kwamen uit het oosten-”
“Gôh. Je hebt de lagere school doorlopen?”
“-en voor hen waren er al eerder mensen hier. De Neanderthalers.”
“Jôh! De universiteit gedaan? Voorzichtig, knakker, ik hou niet zo van dat akademische.”
Gevorgyan hurkte, tuurde in het inwendige van de luchtcompressor. “Doet ie het niet?”
“...Niks verzieken!”
“Koeldraad los. Hier.”
“Vastzetten,” zei Helmer onmiddellijk.
De Turk haalde een schroevendraaiertje uit een zijzak. Helmer keek met over elkaar geslagen armen toe. Niet naar het schroevendraaiertje, zijn blik gleed over de gebogen schouders, de broek die om dijen en achterwerk spande. Een bulletje, net als hij. Iets lichter in gewicht, wat minder uitgebouwd in de schouders.
“…als ik Kelt zeggen mag,” voltooide de Turk.
Helmers rechteroor schoot naar baardman's mond.
“Hoe?”
“K...Kelt.” De stem van de man begon te haperen.
Helmer's stem kreeg een rommelende klank. “Dat is toch niet toevallig Turks voor 'hollandse kaaskop', hè?”
De in poetslap gewikkelde fles wasbenzine koesterend als een baby met een volle luier bekeek de nieuwkomer het apparaat aan hun voeten.
“Hee ik vraag je wat.”
“Oh. Zij waren de eerste bewoners van Nederland. De Kelten. Een paar duizend jaar geleden. Ze kwamen uit het oosten-”
“Gôh. Je hebt de lagere school doorlopen?”
“-en voor hen waren er al eerder mensen hier. De Neanderthalers.”
“Jôh! De universiteit gedaan? Voorzichtig, knakker, ik hou niet zo van dat akademische.”
Gevorgyan hurkte, tuurde in het inwendige van de luchtcompressor. “Doet ie het niet?”
“...Niks verzieken!”
“Koeldraad los. Hier.”
“Vastzetten,” zei Helmer onmiddellijk.
De Turk haalde een schroevendraaiertje uit een zijzak. Helmer keek met over elkaar geslagen armen toe. Niet naar het schroevendraaiertje, zijn blik gleed over de gebogen schouders, de broek die om dijen en achterwerk spande. Een bulletje, net als hij. Iets lichter in gewicht, wat minder uitgebouwd in de schouders.
Moest alleen zijn nek eens goed uitscheren.
gotskolere hoe ver gaat die kokosmat omlaag
De Turrek had ook zwart haar op zijn handruggen, registreerde hij. En op zijn vingers. Donker glanzende toefjes. Helmer kreeg er een onrustig gevoel van.
De Turrek had ook zwart haar op zijn handruggen, registreerde hij. En op zijn vingers. Donker glanzende toefjes. Helmer kreeg er een onrustig gevoel van.
Na drie seconden informeerde hij of het draadje vast zat.
“Het zat helemaal niet los.“
“Het zat helemaal niet los.“
Helmer's ogen knipperden. “Wablief? Dat maak ik wel uit!“
“Maar de startschakelaar blijft hangen. Door vuil. Daarom vroeg je om wasbenzine, hè?“
“Maar de startschakelaar blijft hangen. Door vuil. Daarom vroeg je om wasbenzine, hè?“
Helmer klemde zijn kaken op elkaar.
gaan we bijdehand doen turrek
De haarbal startte het apparaat, luisterde even naar het geronk, zette de stroomtoevoer weer af en kwam overeind.
“...Dus jij stamt af van ontwikkelde oliesheiks, en ik van grommende Neanderthalers.”
“Wat?...Dat heb ik niet gezegd.”
Joowrie's ogen bevonden zich een paar centimeter hoger dan die van Helmer. Hij was zelf niet uitzonderlijk lang; één meter zes en zeventig, maar wist nu dat de turk de een meter tachtig makkelijk haalde.
Dat zinde Helmer Koerts niet. Hij trok zijn wijd gespreide benen in om zijn lengte een paar centimeter omhoog te krijgen.
De ogen bevielen hem in het geheel niet.
“...Dus jij stamt af van ontwikkelde oliesheiks, en ik van grommende Neanderthalers.”
“Wat?...Dat heb ik niet gezegd.”
Joowrie's ogen bevonden zich een paar centimeter hoger dan die van Helmer. Hij was zelf niet uitzonderlijk lang; één meter zes en zeventig, maar wist nu dat de turk de een meter tachtig makkelijk haalde.
Dat zinde Helmer Koerts niet. Hij trok zijn wijd gespreide benen in om zijn lengte een paar centimeter omhoog te krijgen.
De ogen bevielen hem in het geheel niet.
't soort waar vrouwen soppende panties van krijgen
Helmer hield niet van ogen die donker waren. Je kon bij donker getinte ogen de pupillen niet goed zien. Pupillen waren de uitroeptekens van de ziel, de puntjes op het menselijke karakter. Ze hoorden daarbij gecomplementeerd te worden door irissen in heldere, eerlijke kleuren als blauw, grijs, groen!
“Je vergat wat! Schone stofzak.”
Bedachtzaam antwoordde de ander: “...Daar was jij toch mee bezig?”
Ohoho, dacht Helmer. Hij plantte zijn bierbuik op die van de prins uit Duizend en Éen Nachten. “...Zeg Joewrie…”
Bedachtzaam antwoordde de ander: “...Daar was jij toch mee bezig?”
Ohoho, dacht Helmer. Hij plantte zijn bierbuik op die van de prins uit Duizend en Éen Nachten. “...Zeg Joewrie…”
De bedoeling was dat Joewrie de druk van Helmers buik zou proberen te vermijden en dat hij op die manier steeds verder achteruit zou gaan totdat hij ergens over struikelde.
De Turk bleef staan als een muur.
Helmer besloot het maar bij eenvoudig buikcontact te houden.
Helmer besloot het maar bij eenvoudig buikcontact te houden.
“Ik wil geen ruzie.” Toonloos.
Helmer glimlachte. Hij bracht zijn gezicht dichter bij de baard en ruige wenkbrauwen. De mond in dat dichte stekelwoud bewoog en een tong zo rood als filet américain streek langs de volle lippen. In de bijna zwarte ogen zag Helmer…
Hij had ruime ervaring met het hebben van een hartgrondige hekel aan iemand. Dit was echter voor het eerst dat hij besefte dat zoiets ook fascinerend kon zijn. Zijn hartslag versnelde.
“Arabieren,” zei hij op gedempte toon. “Balafsnijders. Afhouwers van koppen. Messentrekkers, vallen je in de rug aan.”
Hij had ruime ervaring met het hebben van een hartgrondige hekel aan iemand. Dit was echter voor het eerst dat hij besefte dat zoiets ook fascinerend kon zijn. Zijn hartslag versnelde.
“Arabieren,” zei hij op gedempte toon. “Balafsnijders. Afhouwers van koppen. Messentrekkers, vallen je in de rug aan.”
“...Niet doen.”
“Nee?“ Koerts liet een vinger wapperen. “Ook een stukje geschiedenis, Jauwrie. Jouw voorouders waren géén heren.”
De donkere ogen hielden op met nerveus knipperen.
Helmer hield zijn hoofd een weinig scheef, “Hm?”
“Nee?“ Koerts liet een vinger wapperen. “Ook een stukje geschiedenis, Jauwrie. Jouw voorouders waren géén heren.”
De donkere ogen hielden op met nerveus knipperen.
Helmer hield zijn hoofd een weinig scheef, “Hm?”
“...Je vergist je.”
“Kijk me 's aan? Je hebt niet eens het lef me in de poppetjes van mijn ogen te kijken. Echt aan te kijken. Maar dat verwachtte ik ook niet, dollefiezalfie.”
“Kijk me 's aan? Je hebt niet eens het lef me in de poppetjes van mijn ogen te kijken. Echt aan te kijken. Maar dat verwachtte ik ook niet, dollefiezalfie.”
Dollefie keek, en verbrak de verbinding meteen weer.
“...Ja?” voerde Helmer. “Lossen we het probleem hier en nu op?”
“Ik... jij maakt een probleem-”
“-Jij bent de probleemmaker”, siste Helmer. ”Vanaf je geboorte!”
“...Ja?” voerde Helmer. “Lossen we het probleem hier en nu op?”
“Ik... jij maakt een probleem-”
“-Jij bent de probleemmaker”, siste Helmer. ”Vanaf je geboorte!”
De bebaarde lippen bewogen nauwelijks. “Je wilt niet…”
“-Jij maakt niet uit wat ik niet wil!”
“...Ik beloof je- als jij sterft, zijn mijn ogen het laatste wat je ziet.”
Verbluft verbrak Helmer het buikcontact, giechelde, en raapte zijn shirt op.
“Moet ik nou bang worden?” vroeg hij. “Van een gorilla die Nederlands heeft leren praten? Je laat je baard staan, maar ik zou toch maar eens een scheerapparaat kopen. Voor je rug en je vingers.”
Helmer zei dat laatste terwijl hij zijn T-shirt over zijn hoofd trok. Daardoor zag hij het gezicht van de ander niet.
“-Jij maakt niet uit wat ik niet wil!”
“...Ik beloof je- als jij sterft, zijn mijn ogen het laatste wat je ziet.”
Verbluft verbrak Helmer het buikcontact, giechelde, en raapte zijn shirt op.
“Moet ik nou bang worden?” vroeg hij. “Van een gorilla die Nederlands heeft leren praten? Je laat je baard staan, maar ik zou toch maar eens een scheerapparaat kopen. Voor je rug en je vingers.”
Helmer zei dat laatste terwijl hij zijn T-shirt over zijn hoofd trok. Daardoor zag hij het gezicht van de ander niet.
De vuist zag hij wel, maar te laat.
Reacties
Een reactie posten