# 26 - Beroeringen

Vanaf de derde laag van de stelling doet Jory de sponning van een woonkamerraam, zijn maat staat enkele meters verderop bij het volgende raam.
Maar de kwast van de Kale hangt op non actief. Roerloos kijkt hij door het deel van het raam dat geen dichtgetrokken gordijn heeft. En half open staat. Plotseling zet hij de verfpot neer, en loopt zachtjes over het plankier naar Jory.
“Hé…heb je je pik gewassen vanmorgen?” fluistert hij.
“...Wat?”
De ogen van Kale glinsteren. Hij maakt een hoofdbeweging richting slaapkamerraam en commandeert zacht: “Naar beneden. We bellen netjes aan. We zijn heren, tenslotte.”
Jory aarzelt, en kwast verder.
“Kom op, Baard. Een dame laat je niet wachten.”
“...Ga jij maar.”
Kale’s stem krijgt de ondertoon van een naderende onweersbui.
“Lul, dat is er een die er liever twee heeft dan één,” sist hij.
Jory schudt zijn hoofd.
“Stomme eunuch, ”mompel Helmer.
Jory strijkt bovenaan een zakkertje weg uit de verf, doopt zijn kwast weer in, slaat af tegen de binnenkant van de bus.
“Stop met het verzieken van buitenkansjes.” Helmer's stem klink echt giftig.
“We zijn aan het werk, Kale.”
“Maatje, dit gebeurt nou niet bepaald elke dag.”
“Misschien trek je de verkeerde conclusie.”
“Ze zit-!”
Kale dempt zijn stem weer.
“…Ze zit op een slipje na helemaal naakt aan de kaptafel haar haar te borstelen. Sofia Loren tieten. Ze keek me aan via de spiegel!”
Jory’s hersens werken op volle toeren.
“…En als haar man thuiskomt?”
“Dan mag hij toekijken hoe zijn vrouw twee pikken tegelijk tussen haar benen ervaart. Misschien kan ze er zelfs drie hebben.”
Jory haalt diep adem alvorens antwoord te geven.
“Ik denk dat ze aan die van jou wel genoeg heeft.”
Helmer staart naar zijn maat, onzeker.
Jory's hart gaat tekeer.
De Kale loopt terug naar het gedeelte van het slaapkamerraam dat half openstaat en buigt zich naar binnen.
Jory kijkt toe, verstijvend.
“…Mevrouwtje? Trek wat aan. Je zit op de tocht en daar kun je een vervelende kou aan over houden.”
Voorzichtig vanwege de natte kozijndelen schuift hij het gordijn binnen helemaal dicht, pakt zijn kwast en gaat door met zijn werk. Waarbij hij met een grijnsje een paar flinke verfvegen op het gordijn maakt.
Jory heeft niet kunnen horen of de bewoonster antwoord gaf. Wel ziet hij haar na een minuut door de woonkamer lopen, in een badjas, het blonde haar losjes opgestoken. Ze verdwijnt in het halletje dat naar de keuken voert.  
Wat Jory verbaast, is dat Helmer tegenover de vrouw zijn stem voor één keer niet op vol vermogen heeft gebruikt.
Kale staat naar hem te kijken.
Geen minachting. Helmer’s ogen zijn gevuld met pijn.
maar welke pijn?

Gedurende de middaguren is Kale in zichzelf gekeerd. 
betreurt hij de gemiste kans met de vrouw?
Jory doet wat hij altijd doet: hij negeert hem, nu iets meer dan anders. Maar hij voelt zich verward. gooit Helmer onze paarrituelen weg? is hij ineens weer fulltime hetero?
Ze hebben de stelling alweer twee panden verder verplaatst als iemand op straat hun aandacht trekt. Met harde stem. Kale, een vlonder lager, klimt naar beneden om de donkere man te woord te staan.
Jory aarzelt. Kale en Surinamers...
Haastig daalt hij af.
“…is niet oewaar? Als mijn vrouw zegt dat ze begluurd is--”
De man staat voor de Kale, maar niet te dicht.
“…en dat een van jullie door het slaapkamerraam naar binnen wilde klimmen-”
“Dat is absoluut niet waar”, zegt Jory, een hand op Helmer's schouder leggend. Een waarschuwing, ga niet knokken. “Ik was er bij.“
“Nee, natuurlijk is het niet oewaar”, sneert de donkere man die langer dan hen is maar aanzienlijk smaller van bouw. Hij draagt een lichtgrijs kantoorpak en een oudrose stropdas met grijze blokjes. Jullie houden elkaar de hand boven het hoofd.
Jory ziet dat hij woedend is, maar ook nerveus. 

“...Luistert u eens. Wij zijn aan het schilderen. De ramen moeten daarvoor open, evenals de gordijnen omdat die tegen de natte verf kunnen waaien. Het is dan onmogelijk om niet een keer naar binnen te kijken.”

“We mooimaken niet geblinddoekt”, voegt Jory’s maat er overbodig aan toe.

De man opent zijn mond, maar Jory gaat door. “Ik zag uw vrouw door het huis lopen. In een half open badjas. U kunt daar boos om worden, maar dat is niet onze schuld.” 

“Dus mijn vrouw liegt?!”

“Tegen jou wel, kennelijk”,  zegt Kale. “Ze heeft je vast niet verteld dat ze voor die spiegel haar haar eindeloos zat te borstelen. En niet in een lange broek en een coltrui.”

Helmer geniet hier van, ziet Jory.
“Ik wil me niet met je huwelijk bemoeien, Sjonnie,” zegt Kale, waarbij het Jory opvalt dat hij nu eens niet wijdbeens staat en eigenlijk helemaal geen moeite doet om zijn fysieke overwicht op de man uit te buiten. “Maar ik denk dat je gewoon wat vaker lief voor je vrouw moet zijn. Dan komt ze niets te kort en hoeft ze ook geen schilders van hun werk te houden.”
“Weet joewel oewat je zegt-”
Kale knikt. “Een bundeltje feiten. Maar als je het emotioneler wilt- jij kunt een klacht indienen bij onze werkgever en wij verliezen onze baan door dit geintje. Dan kom ik als particuliere werkloze even terug en krijgt jouw wijfje alsnog een veeg van me. En dan mag jij bungelend aan de lamphaak toekijken. Weet je hoe het voortaan moet.”
Kale spreekt nog steeds zacht maar Jory mengt zich opnieuw in het gesprek dat naar zijn gevoel niet de goede kant opgaat. 
“Denk nog even na voordat u een klacht indient. Het is een behoorlijk ernstige beschuldiging die u uit.”

“Mijn vrouw is beslist geen hoer...”

Het klinkt zwak, en hij hoort het zelf. Doet nog een stapje achteruit. Jory zegt niets.  

“Ik denk…het kan een vergissing zijn...”

“Ik ben er voor in, hoor”, zegt Kale. “Als je toekijkt. En je-

Helmer.

-mag meedoen ook. Hou er wel rekening mee dat ik mijn braadworst in het heetst van de liefdesstrijd wel eens in het verkeerde gat zou kunnen stoppen. Ik hou bij het neuken vaak m'n ogen dicht.”

“Helmer hou op
” sist Jory.

Maar de semi-bedrogen echtgenoot heeft genoeg. Met samengeknepen billen blaast hij de aftocht.

Kale kijkt hem met een scheve grijns na.

En zegt tegen Jory: “Weet je, zijn wijf is één van de vrouwen die ik met liefde door de gootsteenafvoer zou willen spoelen. Zonder haar geneukt te hebben.”

Uren later kauwt Helmer er nog steeds op.
“...Ze had er natuurlijk de pest in, maar ze had een groter probleem kunnen worden als we er op ingegaan waren. Dat blijkt wel.
Die vent moet haar gewoon lozen, en snel ook.”
Jory zegt maar niets.
“...Bedankt voor de afremming”,  zegt Kale. “Ook al ben je af en toe een sukkel.”
“Ja, jij ook bedankt voor het inhouden, opgewonden standje”, antwoordt Jory droog.
“...Toch moeten we het ’s doen”, zegt Kale, zich uitrekkend waarbij zijn buik maximaal bulkt.
“Ik huldig het feit dat een man in z’n leven alles een keer uitgeprobeerd moet hebben. Helemaal losgaan” zegt Helmer Koerts, en kijkt op zijn horloge.
Jory denkt, hij kan het losgaan maar niet loslaten.
“...
Het is tijd. Inpakken en wegwezen, Baard.



Reacties