# 24 - Beroeringen

a-a-p
geeft poot, bedelt om
n-o-o-t bij
m-i-e-s lacht hem uit en aait
w-i-m die is niet zo slim maar heeft twee
n-o-t-e-n voor
m-i-e-s
a-a-p bijt
w-i-m-s  k-l-o-t-e-n af en piest op m-i-e-s
 - Jory Gevorgyan

Helmer sopt hekjes langs wandelpaden in. In z'n eentje. Muddink zei, “Je maat heeft een vrije dag genomen, ik heb niemand anders, de stagelopers zijn weer weg.“ 
En Helmer ging. 
Zoals vijf en twintig jaar geleden. Met de hele klas, stageschilderen in de diergaarde. Hekken, een bloedhete stookkelder onder het reptielenhuis, een ingewikkeld Japans theehuisje op een wandelkruising, de brugleuningen over de zeeleeuwenvijver. Iedereen vond het een hartstikke leuke klus. En tijd genoeg om apies te kijken!
Helmer dacht, ik haat dierentuinen

Dieren in kooien.
Hij vertelt het mensen wel eens, Stel dat je vanaf je geboorte tot je dood in een ruimte van vier bij zes en met een betraliede voorkant zat, en dat er de hele dag lachende, starende, wijzende, snaterende, krijsende en pinda's gooiende dieren langs trekken?
Ze begrijpen het niet. Hun vrijheid vinden ze vanzelfsprekend, die van dieren niet. Ze worden zelfs boos als je zegt dat wij ook dieren zijn.
Wij zijn allemaal dieren”, zegt hij tegen de gorilla in de kooi aan de andere kant van het pad. Nietwaar Kingkong?
Hij is prachtig, staat rechtop met zijn bolle buik tegen de tralies gedrukt en zijn armen omhooggestoken, alsof hij zich aanbiedt te laten nagelen aan een V-vormig Jezuskruis. Een mannetje, weet Helmer zeker. Kong's pens hangt over zijn geslachtsdelen, maar hij herkent een mannetje waar er een is.
ik ruik je
je ruikt naar Jorie wanneer hij in bronst zou zijn
Hij zet de pot met de verfkwast neer en kuiert naar de kooi.
“...Je haat ze, hè? De bezoekers.
Mij ook?
De mensaap krult zijn vingers om de spijlen, ontspant ze, sluit ze weer, in een eindeloze herhaling. Zijn gezicht is uitdrukkingsloos. 
“...Schilder, we gaan sluiten!“
“Nog één railinkje!“
alle mensjes in hun particuliere veewagentjes naar hun rijtjeskooien om zich door het vrouwtje te laten voederen
stomme nepbeesten
Het enige geluid in de diergaarde is windgeruis en vogelkreten. En de neus en keel geluiden van de primaat. Hij ziet er dodelijk sterk uit, maar hij vertoont geen agressie.
Helmer vindt het jammer dat Baard er vandaag niet is. Voor een vergelijkingsspelletje. 'Is dit je vader? Hij's net zo natuurindentiek als ik. Zal ik je adopteren, gorilla Jorie?'
Helmer stapt over het hekje, de conversatie voortzettend.
“Jij bent beter dan mensen. Beter dan ik. Dat weet ik best wel. De rest van de wereld niet.”
De ogen van de gorilla knipperen langzaam, als in een vertraagde filmscene. Het zijn kleine ogen, maar geen gluiperige.
heb ik jories ogen ooit gluiperig gevonden?
dat is lang geleden ze zijn nu-
Helmer steekt zijn handen uit, drukt de palmen tegen het veiligheidsglas. 
Koning Aap kijkt.
Kom dan.”
Kong laat de tralies los, en zijn harige armen zakken. Steekt zijn handen er doorheen.
Helmers hartslag versnelt. 
hij doet me na 
Hij kijkt in de bruine ogen. Ze staan treurig.
Geef me, zegt hij.
Het veiligheidsglas tussen hen verdampt. Vier handpalmen vlijen zich tegen elkaar. 
Warmte, droogheid, stevigheid.
Vingers haken in elkaar, knijpen, zacht. 
In elkaar vervlochten. Eén.
Twee vuren stromen door Helmer. Een door zijn hart, en een door zijn kruis.
De aap maakt wat een beledigend gebaar lijkt en schommelt op zijn gebogen benen weg.
Helmer Koerts lacht.

's Nachts zit hij op de rand van zijn bed met zijn hoofd in zijn handen. Bonkebonkebonk, gaan zijn slapen.
Hij betast zijn buik. Glibberig.
“Wat een idiote, bezopen droom”, mompelt hij. Het is pas twee uur in de ochtend, ziet hij. Te vroeg om Baard te bellen.
Maar hij moet met Baard praten. Proberen uit te leggen wat hij wil. Van Gorilla Jory. Met Gorilla Jory.

Reacties