# 22 - Beroeringen

Helmer Koerts schildert aan de overkant, in een portiek. Er is nog een vol uur ochtendzon, maar hij heeft zijn T-shirt aangetrokken.
Jory ziet hem praten met een Indonesische jongen. De knul kijkt benepen.
wat nou weer 
Jory gaat naar hen toe.
“...Moet je kijken, Baard.“ Helmer toont hem een wit papier met een afbeelding.
Jory staart.
“Hij zat me te tekenen --Nee niet weglopen, ik doe je niks!“
“...Het is een hamerhaai. Nietwaar?“ vraagt Jory.
“Ja, meneer. Mijn vader viste een keer op zee en toen ving er een keer één. Maar die wist te ontsnappen.“
“-Ga zitten, knul, hier gaan we even over praten! Hoe heet je?“
“Thé Tjong. Ik eh, zag u, en eh...ik dacht aan een foto die ik zag in de Panorama. Deze.“
“-Dit ben ik he-le-maal. Vind je ook niet, maat? De ogen bijna helemaal tegenaan de oren. En die grijnzende bek.“
Het valt niet te ontkennen. Helmer Koerts als hamerhaai!
“Het is een karikatuur, zegt Jory.
“Ik weet wat een karaktuur is! Mensen overdreven lelijk gemaakt.“
Thé zit 'm te knijpen. Helmer merkt het.
“Hé, ik ben niet boos! Ik vind dit fantastisch. Je kunt heel mooi tekenen. Daar kan ik niks van. Beetje kalligraferen, meer niet.
Luister-- kun je 'm ietsje mooier maken? Ik bedoel niet mij, ik ben gewoon een lelijke vent. Maar het is een beetje rommelige schets, in de haast gedaan, en het is zonde van die vlekken daar.“
Thé knikt. “'k Kan 'm ook in kleur maken...“
“...Maar dan alleen de achtergrond. Ik wil de mezelf er in zwart-wit uit zien springen!“
Thé begrijpt het.
“...ik moet straks wel naar school.“
“Wij zijn hier morgen ook nog“, zegt Jory.
“Grootkunstenaar; ik wil deze tekening van je kopen“, zegt Helmer. Ik geef je er vijfhonderd piek voor.“
Thé's mond zakt wijd open. “...Zoveel??“
“Ik zweer het je op m'n helderblauwe ogen. En je moet je naam er duidelijk onder zetten, daar sta ik op. En daaronder; 'voor Helmer Koerts.' Ik zal het even spellen.“
Tijdens de schaft zegt Jory, “Het ventje heeft beslist talent.“
“Vind ik ook. En talent moet gekoesterd worden.“
Ja toch? Jij koestert je gedichies toch ook?
 
De volgende ochtend geeft Thé de nieuwe tekening aan Helmer.
“Jaaa... deze is helemaal af! De pastelgroene achtergrond geeft er meer diepte aan, zie je? Kijk, dat beheers ik wel. Vlakverdeling en diepte en zo.“
Helmer telt bankbiljetten uit, “...vijfhonderd. En vijftig voor de mooie lijst met matte glasplaat.“
“Mijn vader vond het goed dat ik een van zijn lijsten weggeef. Er zat een trouwfoto in uit de tijd van zijn mislukte huwelijk.“
Thé bergt het geld zorgvuldig op.
“...Dank u wel meneer... da's een hoop geld. Kan ik boeken kopen- zoals over perspectief! Dat lukt me niet altijd goed.“
“Jij komt er wel,“ glimlacht Jory. “Je bent een natuurtalent.“

“...Zal ik 'm ophangen, Kale? Of doe je dat liever zelf?“
“De schilderswereld gaat mijn statieportret niet te zien krijgen! ik neem 'm straks mee naar huis. Het zal niet de eerste keer zijn dat een keet 's nachts in de fik wordt gestoken.“
“Heel verstandig, maat.“
“Let op je woorden- wanneer ben ik niet verstandig?!“

Reacties