# 21 - Beroeringen

ellebogen in mijn zij
hete adem in mijn nek
jij klaagt ook
maar wie zijn wij

ik maak elkaar gek
we zijn mij kwijt
kijk, ben ik dat daar maar
waar ben ik dan hier?

ik zie vergetelheid
wenken de
toekomst toont
zijn blote reet

wij vechten om een plaats
in de rij voor het leven
die zal leiden
naar onze dood
-Jory Gevorgyan


“Schilders”, zegt Helmer Koerts, “vormen de elite onder de bouwvakkers.”
Hij zit met opgetrokken benen in één van Anton Steenvaren's twee volumineuze leren fauteuils en masseert met beide handen zijn voeten. Hij heeft alleen een korte broek aan, de knoop comfortabel los en de rits helemaal naar beneden getrokken. Als hij schaamhaar had bezeten, zou het zichtbaar zijn geweest. Steenvaren, zelf altijd in een kamerjas en een pantalon eronder, kan het niet schelen hoe zijn schaakgenoot er bij zit. Hij heeft genoeg gezien in zijn leven, zei hij.
Anton is kerks, er hangt ook een kruisbeeld boven zijn deur, maar Helmer had altijd het gevoel gehad dat Katholieken vrijdenkender en losser zijn dan andere religieuzen. Toen de schaakavondjes op Anton's kamer begonnen ging Helmer er fatsoenlijk gekleed naartoe, maar toen hij zei: 'Stook je hier voor de hemelen, Anton?', antwoordde de oudere man dat hij reumatisch is en slecht tegen kou kan. Waar hij aan toevoegde:
“Helmer, jij pleegt 's nachts spiernaakt naar de koude wc te banjeren, ik zag dat meerdere malen, ik zit daar niet mee, daar niet van.“
“Ik hou 'n korte broek aan, veteraan. Vanwege mogelijke kontkruimels.
Anton schatert, wat eindigt in een hoestbui.
In eerste instantie dacht Helmer dat Steenvaren een ouwe nicht was die zich aan hem wilde verlekkeren. Dat bleek niet zo, Helmer weet nu dat Anton ergens een vriendin heeft. Maar voor het geval mevrouw Rozema voor het een of ander bij Anton aanklopt of haar enfant terrible Koerts in natura naar zijn eigen kamer terug ziet keren, houdt Helmer toch maar een korte broek aan en een t-shirt quasi Hercules-nonchalant over zijn schouder.
Anton heeft Helmer weer eens schaakmat gezet. Al na tien minuten.
”...Jaaa. Ik zag het niet.”
Hij bekijkt zijn kansen. ”Ik kan nog steeds van je winnen...”
”Ik zal mijn volgende zet een beetje inhouden, Helmer”.
”...Desalnietteminus is het lichamelijk werk. Wat ik doe. Spierballen en een sterke rug moeten het nog steeds doen.”
”Een baan voor mannetjesdieren.”
”Zekers wel....Maar er beginnen vrouwen binnen te druppelen. Typisch iets van deze tijd. Mooimakers heeft sinds kort twee stage lopende meiden. Ik heb niks tegen het zwakke geslacht, toch vind ik het verkeerd. Ze zullen heus wel kunnen leren schilderen, maar zodra er een uitgeschoven ladder verplaatst moet worden komen ze bij je, met zo’n hulpeloze blik. Plus dat vrouwen in de bouwvak de hormonen op laten spelen. Ik sta al vaak genoeg slaapkamerramen aan de buitenkant te schilderen met een broekrits op barsten. En dan duwt een collegaatje ook nog eens een warme tiet in je oksel.
--Sakkerloot! Die zag ik ook niet.”
Steenvaren pakt zijn tulpjesglas en schenkt zichzelf nog een Bokma in. Helmer drinkt alleen Oud Bruin en sinds Steenvaren zei 'Be my guest en geneer je niet', pakt Helmer zijn biertjes altijd zelf. Anton zorgt voor een goed bijgehouden voorraad. Regelmatig neemt Helmer een fles Jenever voor de oude man mee.
Helmer staat op en doet zijn rits dicht. ”Ik hoef geen biertje meer. Ik ga straks meteen naar bed. Ik moet morgenochtend op bezoek. En ik schijt peultjes.”
”Je gaat je aanstaande schoonmoeder ontmoeten?
“Bewaar me. Nee, de tandarts.”


-Een gaatje. Hier.
Hhh!
Mond open weer?
Waar is het prikje?
Het doet heus geen pijn.
Ik wil een prikje.
Wilt u mijn pols niet-
…U krijgt uw prikje.
...
...
...Iets meer open?
-aaaaaaaaa
…Zo wijd hoeft het nu ook weer niet.
...
...
Niet op de boor bijten.
Aahw-
...
...
…Snoept u veel?
..!
U moet goed poetsen, hoor.
…!
…Zooo……ik zal nog even wat tandsteen weghalen.
!!
...
!!!!
Bijna klaar.
...
...
...
…En spoelt u maar.
Roodgloeiende kokosnoten, 
waarom begint die spuit nu pas te werken!
U heeft een prima gebit. Uw eerste vulling pas.
U moet het echt wat beter onderhouden, meneer Koerts.
Dat poetsen is zo’n gedoe.
Ik kan toch kauwgom kauwen? Suikervrije?
Dan blijft al dat snoep aan de kauwgom kleven.
Probeer eens een elektrische tandenborstel.
Zo'n ding op batterijen? Ik snap waarom die bij vrouwen zo populair zijn! Degene die ook beneden tanden hebben. En zelfs cirkelzaagjes-
-Ik raad u ook aan voor het slapen gaan te flossen.
Dat is met speeksel winden laten door de spleet tussen mijn voortanden?
Beter.
De balie heeft flosdraad en ragers in verschillende maten. Die komen wel voor eigen rekening.
...Kun je voor volwassen patiënten niet een plaatje op het plafond plakken van wippende Nijntjes?
Wat er nu hangt kan me echt niet afleiden van mijn ellende.
Meneer Koerts...
Wanneer moet ik terugkomen?
Over een halfjaar.
…Dat is allejezus snel!
U mag ook wachten tot u merkt dat u met uw hoofd tegen een muur staat te bonken.
…Hmm… M’n tong zal dat kratertje wel missen, Smoelensmid.
...Tja, ik kan de vulling er zó weer uithalen.
Zal ik dan eens demonstreren hoe ik een kies tussen duim en vinger kan trekken?... Geintje, dok. 
Tot ziens, hè?

Reacties