# 14 - Beroeringen
Door de kracht waarmee Kale uit de bank wordt getrokken knalt zijn been explosief tegen de klaptafel, het blad het ligt ineens los op zijn buik, met Baard er bovenop. Zijn gezicht slaat tegen de vloer, en nog een keer, hij scheurt mijn oren er af en weer, bij elk woord dat zijn maat uitstoot, “Het-is-afgelopen-afgelopen!!”
Zijn hoofd wordt abrupt losgelaten en het gewicht verdwijnt.
Helmers hart gaat tekeer terwijl hij overeind krabbelt. Onder zijn handpalm voelt hij zijn oorringetje. Ziet dat er bloed aan zit. Hij merkt ook dat de hals van zijn T-shirt is ingescheurd.
Zijn hoofd wordt abrupt losgelaten en het gewicht verdwijnt.
Helmer ziet sterretjes.
“...Waarom doe je het nou waarom Helmer waarom DOE je het nou-!”Helmers hart gaat tekeer terwijl hij overeind krabbelt. Onder zijn handpalm voelt hij zijn oorringetje. Ziet dat er bloed aan zit. Hij merkt ook dat de hals van zijn T-shirt is ingescheurd.
attenooje!
Jory staat met zijn rug naar Helmer toe terwijl hij zijn voorhoofd tegen de deurpost laat rusten. Zijn lichaam beeft zichtbaar.
“Daar gaan we even over praten.”
“-Je moet me niet aanraken!”
waarom doe je het nou helmer waarom
Helmer's oren lijken los te hangen. Baard hield zijn gezicht opzij gedraaid toen hij probeerde Helmer's schedel door de vloer te rammen. Alsof hij niet wilde zien wat hij deed.
“...Oké. Ga zitten“, zegt hij schor. “Kom op.”
“Je moet me niet aa- aanraken.”“Daar gaan we even over praten.”
“-Je moet me niet aanraken!”
“-En jij geen T-shirt van mij vernielen. Van deze heb ik maar één laten bedrukken.“
Terwijl Helmer het tafelblad herstelt, stoot de deur tegen Jory, die terugdeinst en meteen zijn bank opzoekt. Zijn besokte voeten stappen daarbij in een bruine plas-- zijn thermos is over de vloer gerold.
Terwijl Helmer het tafelblad herstelt, stoot de deur tegen Jory, die terugdeinst en meteen zijn bank opzoekt. Zijn besokte voeten stappen daarbij in een bruine plas-- zijn thermos is over de vloer gerold.
Helmer kijkt naar de gestalte die de keet in stommelt. Of probeert-- de man worstelt met iets dat achter de deurstijl blijft hangen. Mompelend stapt hij terug op het trapje om zijn paraplu dicht te kunnen doen. Helmers mond krult in minachting.
“...Goeiemorgen, schildertjes. Wat een akelig weer, hè?”
Jory antwoordt niet. Hij staart strak naar zijn handen. Die hij, wanneer hij geen werkhandschoenen aan heeft, altijd onder het tafelblad houdt.
“Wat kom je doen, Soto?” gromt Helmer, terwijl hij zijn oorring in zijn zak stopt.“...Goeiemorgen, schildertjes. Wat een akelig weer, hè?”
Jory antwoordt niet. Hij staart strak naar zijn handen. Die hij, wanneer hij geen werkhandschoenen aan heeft, altijd onder het tafelblad houdt.
“DE Soto. ...Heb jij de zomer nog steeds in je hoofd, met je korte broek?”
“Ik vraag je wat.”
“Nou, rustig maar. Je hebt je bestek op de zaak laten liggen.”
De man ziet de koffie op de vloer.
“Wat is hier gebeurd?”
“De keet viel om. Ik heb 'm net overeind gezet en nou kom jij het evenwicht weer verstoren.”
De voorman van Muddink Mooimakers kijkt van de een naar de ander.
“Nou, rustig maar. Je hebt je bestek op de zaak laten liggen.”
De man ziet de koffie op de vloer.
“Wat is hier gebeurd?”
“De keet viel om. Ik heb 'm net overeind gezet en nou kom jij het evenwicht weer verstoren.”
De voorman van Muddink Mooimakers kijkt van de een naar de ander.
Helmer grist het papier uit 's mans handen en werpt een korte blik op diens outfit. Studentenkleertjes!
“Kleddernat.” Hij gooit het bestek op tafel. “Wij werken niet met doorweekte instructies.”
“-Wat nou! Er zitten alleen maar een paar druppels op!”
“...Ik heb het gisterenmiddag al gezien”, zegt Jory, die hoorbaar probeert normaal te converseren.
“Ja“, zegt Helmer, “Ik steek het altijd bij me maar ditmaal ben ik het vergeten. We vergeten allemaal wel 's wat, nietwaar?““Kleddernat.” Hij gooit het bestek op tafel. “Wij werken niet met doorweekte instructies.”
“-Wat nou! Er zitten alleen maar een paar druppels op!”
“...Ik heb het gisterenmiddag al gezien”, zegt Jory, die hoorbaar probeert normaal te converseren.
De daarop volgende stilte in de keet is te snijden.
Jory schraapt zijn keel.“...Eh...het is honderd meter dakgoot kitten- we hebben het materieel en we weten precies- hoelang we er over doen.”
Jory schraapt zijn keel.“...Eh...het is honderd meter dakgoot kitten- we hebben het materieel en we weten precies- hoelang we er over doen.”
Helmer haakt daar meteen op in. ”Mijn maat en ik hebben de schildersschool al een tijdje achter ons, De Soot.””...maar je mouw...”
De baas had gezegd. Er komt een nieuwe voorman.
En zo sprong duveltje Leon uit zijn doosje, een bijna-gepensioneerde van verwaterde Spaanse afkomst. Kale mag de man met zijn geperste pantalons en kantoorstropdassen absoluut niet. Baard evenmin.
Leon is op zijn beurt niet gecharmeerd van Helmers gesnauw. “Ga me niet patroniseren, Koerts.”
“Is dat hoe dat heet? Nou, je hebt je plicht gedaan, je kunt naar kantoor terug. Maar onthou dat deze keet het privébezit is van mij en Gevorgyan. Bel van te voren als je persé wil komen.”
“Ik ben wèl jullie voorman”, is de zwakke tegenspraak.
“En ik ben Muddinks bedrijfsmascotte. Sorry dat we je geen koffie aan kunnen bieden, de mijne is op en die van mijn maat ligt op de vloer.”
“...Heeft Muddink nog ergens een binnenklus?”
Baard is redelijk hersteld, hoort Helmer.
Hij geeft hem een dwingende blik. “We gaan zo aan de slag. Het is maar een bui.”
DeSoto knikt, weifelend.
...“Geinig T-shirt.
En zo sprong duveltje Leon uit zijn doosje, een bijna-gepensioneerde van verwaterde Spaanse afkomst. Kale mag de man met zijn geperste pantalons en kantoorstropdassen absoluut niet. Baard evenmin.
Leon is op zijn beurt niet gecharmeerd van Helmers gesnauw. “Ga me niet patroniseren, Koerts.”
“Is dat hoe dat heet? Nou, je hebt je plicht gedaan, je kunt naar kantoor terug. Maar onthou dat deze keet het privébezit is van mij en Gevorgyan. Bel van te voren als je persé wil komen.”
“Ik ben wèl jullie voorman”, is de zwakke tegenspraak.
“En ik ben Muddinks bedrijfsmascotte. Sorry dat we je geen koffie aan kunnen bieden, de mijne is op en die van mijn maat ligt op de vloer.”
“...Heeft Muddink nog ergens een binnenklus?”
Baard is redelijk hersteld, hoort Helmer.
Hij geeft hem een dwingende blik. “We gaan zo aan de slag. Het is maar een bui.”
DeSoto knikt, weifelend.
...“Geinig T-shirt.
En God schiep Eva een metgezel
En Eva zeurde,
'Er hangen geen lekkere meloenen aan,
deze kan wat mij betreft weer gaan!
En God antwoordde, 'Ja,
maar er hangt wel een lekkere banaan aan.
-- Genesis volgens Helmer J Koerts
“Ik bleef ergens achter hangen!” Helmer laat een hand op de voorman's schouder vallen waardoor hij even wankelt. Terwijl Helmer hem naar het trapje manoeuvreert zegt hij: “Luister, je bent hier nog niet zo heel lang, praat eens met de baas. Die kan je haarfijn uitleggen hoe Koerts en Gevorgyan werken. Voordat je gaat klikken over 'luieren in de baas z'n tijd' en jezelf voor gek zet. Vergeet je parasolletje niet.”
Leon De Soto verdwijnt met verfomfaaid parasolletje en twee rode oren.
Jory begraaft zijn gezicht in zijn handen.
“...Zo, die's opgerot. Gaan we er hier even over praten, of op de stelling?”
“...Je hebt geen idee-”
“Wat.”
Jory begraaft zijn gezicht in zijn handen.
“...Zo, die's opgerot. Gaan we er hier even over praten, of op de stelling?”
“...Je hebt geen idee-”
“Wat.”
“...Je geeft een hele nieuwe betekenis aan...” Het is niet meer dan een fluistering.
Helmer trekt een grimas.
Helmer trekt een grimas.
“Hier dan maar, hè? Ik wil boven op de stelling niet ineens de straattegels op me af zien suizen. Je moet je spierkracht 's afbouwen, maat. Godsamme!”
Jory begint de koffie op te dweilen.
Jory begint de koffie op te dweilen.
“Laat liggen. Kom hier.“
“...Ik ben okee.“
“...Ik ben okee.“
“-Dat ben je niet. Kom hier.“
Helmer slaat zijn armen om zijn maat.
Jory staat roerloos, met zijn gezicht in Helmer's hals.
Jory staat roerloos, met zijn gezicht in Helmer's hals.
“...Waarom deed je dat nou.“
Helmer aarzelt. Lang, voor zijn doen.“...Dit.“ Zijn hand glijdt kortstondig Jory's nek in. “Jij bent behaard als een aap. Dat vind ik fascinerend. Ik wil het aanraken. Jij wilt dat héél nadrukkelijk niet. Dat is mijn waarom.“
Jory zegt niets. Maar hij trekt zich niet los uit Helmer's armklemmen.
“Jij bent een mannetjesdier. En ik...ik word daar best geil van, nee blijf staan. Niet tegen vechten, Joor. Er is niks verkeerds aan.“
“Niks verk-- jij wordt daar...geil van?“ Het is half een lach, half een snik.“ ...'k Zal je wat vertellen. Ik wil met jou naaktworstelen. Maar dat is een stukje van de maan willen, hè?“
“Helmer... Dat is homoseksueel.“ Toonloos.
“Gelul. Het is manmannelijkheid. Broederschap! Ik draag er toch geen damestasje bij?? Maar okee...ik zal het niet meer doen. M'n tenen in jouw beenvacht begraven-- ik krijg daar toch geen eigen vacht van.“
“...Je bent gest- gestoord!“
“Snap je nou niet hoe ik je benijd? Ik bezit alleen trilharen, in de longen. Gelukkig maar, anders had ik al dood geweest. Maar lichaamsbeharing-- het is een kenmerk van mannelijkheid. Ja, ik weet best dat ik er niet vrouwelijk uitzie, maar toch...ik, verdomme, ik weet niet of je begrijpt wat ik bedoel!“
“...Je bent gest- gestoord!“
“Snap je nou niet hoe ik je benijd? Ik bezit alleen trilharen, in de longen. Gelukkig maar, anders had ik al dood geweest. Maar lichaamsbeharing-- het is een kenmerk van mannelijkheid. Ja, ik weet best dat ik er niet vrouwelijk uitzie, maar toch...ik, verdomme, ik weet niet of je begrijpt wat ik bedoel!“
“...Dus we hebben allebei een minderheidscomplex... bedoel je dat?“
Jory probeert zich los te maken, maar Helmer blijft hem vasthouden. “Nah, ik ben daar wat beter tegen bestand! Hoor 's Jory, ik ben geen homo, maar...“
De vingers keren terug.waar geen man ooit is geweest
“...vind je dit nou echt zo vreselijk? Wees eerlijk.“
“...niet...vreselijk...het is alleen zo...“
“We zijn maatjes! We hebben allebei zenuweindjes in onze lichamen!“
het gaat veel te ver
“Kijk me aan! Heb jij nooit in je pubertijd met vriendjes gerommeld? Met mekaar's prille stijfjes? Mekaar aftrekken?“
Met gesloten ogen schudt Jory zijn hoofd.
“Ik ook niet! Dat onderdeel van opgroeien heb ik gemist. En jij dus ook.“
“Jij wil het met...publiek er bij-“
“...vind je dit nou echt zo vreselijk? Wees eerlijk.“
“...niet...vreselijk...het is alleen zo...“
“We zijn maatjes! We hebben allebei zenuweindjes in onze lichamen!“
het gaat veel te ver
“Kijk me aan! Heb jij nooit in je pubertijd met vriendjes gerommeld? Met mekaar's prille stijfjes? Mekaar aftrekken?“
Met gesloten ogen schudt Jory zijn hoofd.
“Ik ook niet! Dat onderdeel van opgroeien heb ik gemist. En jij dus ook.“
“Jij wil het met...publiek er bij-“
“Wat? Er was geen publiek. En met mij is mum ze wurd, Baard.“
Helmer plant een klapzoentje op Jory's neus. “Hé, het is droog, We moeten aan het werk.”
Jory knikt.
Jory knikt.
Helmer klimt als eerste, met de zak kitpatronen. Het buizenstelsel wiebelt, veel meer dan wanneer Jory er in klimt. Als ze allebei boven staan vraagt Kale, de stelling nog een keer vervaarlijk aan het schommelen brengend: “Effe dansen?”
Jorie knoopt de zak aan een buis.
Jorie knoopt de zak aan een buis.
“Je hebt een tong, meneer Gevorgyan.”
Jory ademt diep in. “...Ik wou dat ik het ook kon...”
“Wat.”
“...dingen vergeten met de snelheid van het licht.”
“O, dat.“ Kale schokschoudert. “We hebben elkaar toch niet gekilled?
Kijk me aan. Asjeblieft.”
Jory ademt diep in. “...Ik wou dat ik het ook kon...”
“Wat.”
“...dingen vergeten met de snelheid van het licht.”
“O, dat.“ Kale schokschoudert. “We hebben elkaar toch niet gekilled?
Kijk me aan. Asjeblieft.”
voor mij is jou aankijken aanraken
Jory ziet in Helmers ogen...verwaching
daarachter wanhoop?
“Hee, Baard...ik haat jou niet, je bent het buitenechtelijke neefje dat ik nooit had. Zoiets. Kijk me aan. Ik geef mijn leven voor jou als het moet- probeer me niet te haten. Niet jij.”
Jory slikt schuldbewustheid weg. “...Ik...ik reageerde buitensporig.”
“Absoluut. Ik dacht dat je zo langzamerhand wel een olifantenhuid had gekweekt. Daar moet je echt 's aan werken, maat.”
“Hee, Baard...ik haat jou niet, je bent het buitenechtelijke neefje dat ik nooit had. Zoiets. Kijk me aan. Ik geef mijn leven voor jou als het moet- probeer me niet te haten. Niet jij.”
Jory slikt schuldbewustheid weg. “...Ik...ik reageerde buitensporig.”
“Absoluut. Ik dacht dat je zo langzamerhand wel een olifantenhuid had gekweekt. Daar moet je echt 's aan werken, maat.”
Jory snijdt met zijn stanleymes de monden van de doseerspuiten schuins af - met licht trillende handen, ziet Helmer. Hij pakt een kitpistool aan. Het ontgaat hem evenmin dat Jory de afsnijsels in zijn broekzak stopt. Baard de milieubewuste, die hem laat zien hoe het moet.
Helmer merkt het. “...Lekker, hè?“ Helmer geeft een korte roffel op zijn borst. “Mangeur! Me Tarzan, you Jane!“
“...You Jorie zul je bedoelen.“Kale zet zijn tenoorse stembanden aan.
Op vol vermogen.
Als het tijd is om naar huis te gaan, vraagt Helmer: “Nog een knuf voor het slapen gaan? Ik wil er zeker van zijn dat je weer helemaal okee bent.“
Jory geeft toe. Daarbij snuift hij Helmer's zweetgeur op. Op vol vermogen.
"Mocha chocolata ya ya creole
Lady Marmalaaaade
Voeleevoe koesjee avek mwah-- se swaar
Voeleevoe koesjee avek mwah-- se swaar
Voeleevoe koesjee avec mwah!"
Jory kent de oude hitsong. geef nou 's toe
Als Kale in een lied uitbarstte, glimlachte Jory altijd, maar deed nooit mee.
Hij hoort zichzelf bijvallen, eerst aarzelend, dan met meer kracht.
Helmer's ogen schitteren. “...Nog een keer! Jij de kounterpartij. Of hoe dat ook heet. Jij kan lager.”
Ze barsten halverwege in een giechelbui uit omdat ze de rest van de tekst niet weten en Helmer maar wat bijverzint in steenkolen Frans.
Helmer's ogen schitteren. “...Nog een keer! Jij de kounterpartij. Of hoe dat ook heet. Jij kan lager.”
Ze barsten halverwege in een giechelbui uit omdat ze de rest van de tekst niet weten en Helmer maar wat bijverzint in steenkolen Frans.
De hemel is opgeklaard.
De stemming ook.
Maar wat later denkt Jory bij zichzelf: die tekst...zit er meer achter zijn liedjeskeuze?
Hij voelt zijn gezicht warm worden.
natuurlijk niet
maar Helmer wil ook naakt worstelen.
en hoeveel meer?
Helmer merkt het. “...Lekker, hè?“ Helmer geeft een korte roffel op zijn borst. “Mangeur! Me Tarzan, you Jane!“
Helmer stulpt grijnzend zijn hand over Jory's gulp, en knijpt.
“-Nietdoen!“
“Ik krijg de indruk dat mijn mangeur je tampeloeres onrustig maakt, Jowrie. Ik ruik 'm gewoon.“
Jory kijkt met een rood hoofd weg.
“Daar moeten we toch 's wat aan doen, maat. Misschien met je kuisheidsgordels gaan dragen.“
“-Nietdoen!“
“Ik krijg de indruk dat mijn mangeur je tampeloeres onrustig maakt, Jowrie. Ik ruik 'm gewoon.“
Jory kijkt met een rood hoofd weg.
“Daar moeten we toch 's wat aan doen, maat. Misschien met je kuisheidsgordels gaan dragen.“
De vraag blijft door Jory's hoofd spoken.
Als een treiterige mantra
.
Reacties
Een reactie posten