# 12 - Beroeringen
Een kat. In een boom. Niet op een tak maar er aan.
Het lichaam zwaait zachtjes in de wind heen en weer. Eén gebogen poot is half opgeheven en de bek staat open.
Jory staart in de manshoge badkamerspiegel terwijl hij zich langzaam afdroogt.
Vader en moeder vier en twintig jaar dood, hij alweer voorbij de veertig.
waar blijft de tijd
Zijn maat is pas vier en dertig.
Jory voelt zich depressief.
“Ik ben depressief”, mompelt hij tegen het spiegelbeeld dat hij al zijn leven lang haat.
“ieeeek ik ben aan het naaktpiemelen, heren!“
Het lichaam zwaait zachtjes in de wind heen en weer. Eén gebogen poot is half opgeheven en de bek staat open.
Zelfs in het monochrome schijnsel van de parkverlichting is te zien dat het een rode kat is.
Het duurt lang voordat de Schoonmaker het touw los heeft. De knoop is nat.
Het duurt lang voordat de Schoonmaker het touw los heeft. De knoop is nat.
Niet ver van de hoofdingang trof hij een zwerver aan die op een bed van kranten ligt te snurken onder de houten abri waar de plattegrond van het park bekeken kan worden. Een zuiplap- op de grond onder de bank ligt een gebroken whiskyfles.
Het begint harder te regenen. De natheid voelt hij, de kilte niet. Zijn naakte lichaam smeult inwendig.
De zwerver verroert zich, slaat kreunend omwalde ogen op. Ze knipperen. De Schoonmaker laat hem de zijne zien. “Iemand moet boeten, sukkel”, fluistert hij en jaagt de dood door de spieren in zijn armen en handen.
als mastodont geboren
met een prehistorisch grote mond
de aarde beefde
toen ik stierf
als fruitvliegje herboren
geen zandkorrel die beefde
toen ik stierf
in een fietsers open mond
Jory Gevorgyan
Jory staart in de manshoge badkamerspiegel terwijl hij zich langzaam afdroogt.
Vader en moeder vier en twintig jaar dood, hij alweer voorbij de veertig.
waar blijft de tijd
Zijn maat is pas vier en dertig.
Jory voelt zich depressief.
“Ik ben depressief”, mompelt hij tegen het spiegelbeeld dat hij al zijn leven lang haat.
“Deprrressief. Dee-pressssief.”
Koerts is nooit depressief. Chagrijnig of kwaad, ja, maar een uur later kletst hij weer de oren van je hoofd en maakt grappen en zingt een populaire popsong.
ik zeg de afspraak voor vrijdag af
het heeft geen zin
Vorige week was zijn eerste keer. Hij wilde helemaal niet over zijn afkomst praten, over 'niemand zijn'. Maar over de andere zaken ook niet.
Het interesseert die psychiater toch niets. Zo'n man heeft ook maar een baan om geld te verdienen.
Helmer Koerts; daar verdient niet één psychiater iets aan. Hij maakte duidelijk 'hersenbepoteling' niet serieus te nemen. Jory zal het hem dan ook niet vertellen. Dat zijn maat in therapie is.
Vier grote ronde ogen staren naar hem op.Koerts is nooit depressief. Chagrijnig of kwaad, ja, maar een uur later kletst hij weer de oren van je hoofd en maakt grappen en zingt een populaire popsong.
ik zeg de afspraak voor vrijdag af
het heeft geen zin
Vorige week was zijn eerste keer. Hij wilde helemaal niet over zijn afkomst praten, over 'niemand zijn'. Maar over de andere zaken ook niet.
Het interesseert die psychiater toch niets. Zo'n man heeft ook maar een baan om geld te verdienen.
Helmer Koerts; daar verdient niet één psychiater iets aan. Hij maakte duidelijk 'hersenbepoteling' niet serieus te nemen. Jory zal het hem dan ook niet vertellen. Dat zijn maat in therapie is.
“ieeeek ik ben aan het naaktpiemelen, heren!“
ik gebruik nu ook al helmerisms
naaktpiemelen, allemachtig
Jory is gelukkig met zijn etage op het dak van de Jamin fabriek, gekocht van zijn aandelen en eigenhandig verbouwd, want het stond op instorten. Gordijnen heeft hij niet nodig, niemand ziet hem. Soms ronkt er een helikopter over het dak, dan schrikt hij even.
Verder zijn de vier kattenogen de enigen die zijn schaamtegevoel aanvallen.
In de etensbakjes ‘Mikkie’ en ‘Maxie’ zit nog genoeg knabbelvoer, ziet hij. Maar katten bedelen altijd.
“Wat moeten jullie nou?”
Niets. Alsof ze het zo afgesproken hebben komen de twee overeind, rekken zich even uit en lopen met staarten als vlaggenposten langs hem heen richting bank.
Twee gesneden mannetjes. Toen hij ze als eenjarigen kreeg van een klant die naar Canada zou vertrekken, had Jory er na een week alweer spijt van; aan huisdieren hecht je je. De haren en de kapot gekrabde tafelpoten en de gemorste kattenbakgrintjes en de periodieke plasjes kots op de vloer ten spijt.
“Wat moeten jullie nou?”
Niets. Alsof ze het zo afgesproken hebben komen de twee overeind, rekken zich even uit en lopen met staarten als vlaggenposten langs hem heen richting bank.
Twee gesneden mannetjes. Toen hij ze als eenjarigen kreeg van een klant die naar Canada zou vertrekken, had Jory er na een week alweer spijt van; aan huisdieren hecht je je. De haren en de kapot gekrabde tafelpoten en de gemorste kattenbakgrintjes en de periodieke plasjes kots op de vloer ten spijt.
Helmer zei een keer dat hij wel katten wilde, maar dat het van zijn hospita niet mag. Uit hardop gelezen Telegraafberichten weet Jory dat Koerts, net als hij, tegen dierenmishandeling is. Maar hij eet wel hamburgers en andere vleesproducten. Dat is hypocriet.
Mikkie en Maxie gaan 's nachts naar buiten, via het kattenluik de brandtrap af, tussen de spijlen door - Maxie heeft daar steeds meer moeite mee, je moet op dieet, denkt Jory- en dan het steegje door en het plantsoen in.
Hij is altijd opgelucht als hij ze 's morgens allebei op de bank ziet liggen, of op het voeteneind van zijn bed. Het park is hun jachtgebied, maar ze moeten er een brede verkeersweg voor oversteken.
Mikkie en Maxie gaan 's nachts naar buiten, via het kattenluik de brandtrap af, tussen de spijlen door - Maxie heeft daar steeds meer moeite mee, je moet op dieet, denkt Jory- en dan het steegje door en het plantsoen in.
Hij is altijd opgelucht als hij ze 's morgens allebei op de bank ziet liggen, of op het voeteneind van zijn bed. Het park is hun jachtgebied, maar ze moeten er een brede verkeersweg voor oversteken.
Aan de voet van de oude eik wilde de Schoonmaker een graf graven. Voor de zwerver zouden anderen zorgen. Niemand zal zich om de kat bekommeren.
Maar een gat met de handen graven blijkt vanwege de vele wortels in de bodem niet te doen.
De Schoonmaker voelt zich vaag schuldig.
Maar een gat met de handen graven blijkt vanwege de vele wortels in de bodem niet te doen.
De Schoonmaker voelt zich vaag schuldig.
De zwerver heeft het dier misschien niet eens opgehangen.
Al bevindt de lynchboom zich wel slechts honderd meter van de abri.
Hij zal het nooit weten.
Besluiteloos staat hij met het slappe natte lichaampje in zijn armen op het wandelpad, zijn benen gespreid. Hij heft zijn gezicht op, verwijdt zijn neusvleugels, opent zijn ogen. Verbazingwekkend; hoeveel water er omlaag kan komen. De regen ranselt zijn oogbollen en vloeit zijn mond en keel in. De nachtelijke kou begint nu door te dringen. Dat kan hem niets schelen. De afwezigheid van de maan en de sterren doen zich meer voelen. De loodzware bewolking vertroebelt zijn gedachten, zijn kalmte, zijn objectiviteit.
Besluiteloos staat hij met het slappe natte lichaampje in zijn armen op het wandelpad, zijn benen gespreid. Hij heft zijn gezicht op, verwijdt zijn neusvleugels, opent zijn ogen. Verbazingwekkend; hoeveel water er omlaag kan komen. De regen ranselt zijn oogbollen en vloeit zijn mond en keel in. De nachtelijke kou begint nu door te dringen. Dat kan hem niets schelen. De afwezigheid van de maan en de sterren doen zich meer voelen. De loodzware bewolking vertroebelt zijn gedachten, zijn kalmte, zijn objectiviteit.
Langzaam loopt hij door het zacht sissende park terug naar het plattegrondhokje. Hij hurkt neer en kijkt peinzend in het vroegoude, gegroefde gelaat, zwak verlicht door een lantaarnpaal een tiental meter verderop.
Heeft het leven voor de zwerver zin gehad? Waar is het verkeerd gegaan?
Nog iets wat hij niet weet.
Heeft het leven voor de zwerver zin gehad? Waar is het verkeerd gegaan?
Nog iets wat hij niet weet.
Waarschijnlijk had de man het hem evenmin kunnen vertellen.
Terwijl hij het kleine lijkje op dat van het grotere legt, vraagt de Schoonmaker zich af of het zijne niet in even grote mate mislukt is. Met voor God spelen.
Terwijl hij het kleine lijkje op dat van het grotere legt, vraagt de Schoonmaker zich af of het zijne niet in even grote mate mislukt is. Met voor God spelen.
Reacties
Een reactie posten