# 1 - Beroeringen
1994, vroeg in het voorjaar, de prille ochtend van een nieuwe werkweek. Een witte VW bus met op de zijkanten 'Muddink Mooimakers BV' en daaronder de afbeelding van een penseel en een blokwitter met de stelen gekruist, draait de Lindelaan in en stopt bij twee parkeervakken die met barricadetape zijn afgezet.Onder het waterige ochtendzonnetje draait de bouwvakcolonne de parkeervakken in, de barricade linten aan flarden scheurend. De Bouwvak laat z'n tanden zien!
De bus heeft een trekhaak waar een huisje op wielen aan hangt. Dit huisje - een schaftkeet - is zomergeel geschilderd, maar in plaats van een bedrijfsnaam staat er in dikke zwarte letters op:
Vijftig jaar geleden had de straat middenstander allure en mogelijk zelfs lindebomen, maar nu groeit er alleen onkruid en afgedankte meubels. De vooroorlogse façades werden een decennium geleden gerenoveerd om te voldoen aan de eisen van de nieuwe Vooruitgang; kazernes in de kleuren vlekkerig oranje en goor bruin. De muren, vloeren en plafonds zijn nog steeds flinterdun, en zullen de opgestapelde huurders na een jaar van bewoning ernstig neurotisch maken.VILA KAALBAARD
De twee mannen die vervolgens uit de bus stappen zijn nagenoeg van eenzelfde bouwjaar; brede, vlezige kerels die uit jagers, krijgers, stenensjouwers, vissers en landbewerkers zijn geëvolueerd tot moderne, hoog ontwikkelde bouwvakkers met geavanceerd gereedschap.
Zo veel als ze met elkaar gemeen hebben, zo sterk verschillen ze ook van elkaar. De één bezit een mediterraanse huidskleur, zijn donkere haar is geknipt tot een korte stijve borstel, en de dichte baard die bijna tot aan zijn onderste oogleden groeit, is van soortgelijke textuur.
De andere man is wat korter en breder in de schouders, en hij bezit meer buikweefsel. Zijn hoofd lijkt tijdens zijn geboorte zwaar bekneld te zijn geraakt waarbij zijn ogen richting zijn oren werden geduwd. Dat, en zijn opvallend afgeplatte, haarloze schedel maken hem tot een interessante karikatuur-- hij lijkt op een hamerhaai met een mensenlichaam. Hij draagt een nogal overspannen spijkerbroek benevens een wit T-shirt met afgescheurde mouwen, en op de voorkant de niet minder spannende kreet:
MIJN NAAM IS HAAS EN IK
NEUK ALS DE KONIJNEN
Zijn metgezel heeft een kuiser look; zijn gestalte gaat gehuld in een ingedragen, maar vlekkeloze schildersoverall waarvan de pijpen verraden dat hij zijn werkgoed strijkt. Onder de overall zit een geruit hemd waarvan het bovenste knoop is gesloten, de mouwen reiken tot aan zijn eerste vingerkootjes. Zijn slaperige uitstraling vormt een scherp contrast met de alertheid en de ingehouden vechtlust die door elke vezel van het lichaam van de kaalhoofdige lijkt te zinderen. Die wekt de indruk gevormd te zijn door een bajesverleden. De bebaarde man heeft meer het charisma van iemand die een gevangene is van zichzelf.
De twee nemen de elkaar grimmig aankijkende blokken van vier verdiepingen in ogenschouw zonder veel interesse. Zij noemen dat 'ervaring.' Er zijn in totaal veertig voordeuren, en elke deur is aan de onderkant voorzien van een aluminium schopplaat. Ingedeukt; door decennia aan schoppen. De ruit van draadglas hogerop heeft de vorm van wat een avontuurlijke patrijspoort voor moet stellen. Blatante geschiedenisvervalsing; de straat ligt niet eens in het havengebied.
Wat er aan verfoppervlak resteert op de deuren is merendeels weggesleten, verdoft, ingekrast en volgekalkt met nietszeggende runen.
Ernaast hangen brievenboxen. Ze steken onhandig ver uit op de smalle trottoirs. Versmald; omdat moderne stedelingen nu eenmaal hun autoos en fietswrakken kwijt moeten.Eén van de voordeuren gaat open en er stapt een man in een blauw met wit afgebiesd joggingspak naar buiten, druk pratend in een Nokia die hij vasthoudt alsof hij met zo'n blitse draadloze telefoon in de hand geboren is. Hij vouwt zijn lange lijf in een veel te dure rode Ford Zephyr. Met opgepompt radiovolume scheurt hij weg, de twee bouwvakkers geen blik waardig keurend.
“...Negorstraat”, zegt degene met het onbehaarde hoofd, terwijl hij op een bijna tedere manier zijn vingertoppen langs een van zijn blote, al even gladde armen laat glijden. Nadat de auto is verdwenen, stuwt hij lucht door de gaten van zijn Arische neus naar buiten en zingt “Tien kleine negertjes die zaten in de shit ze werden van schrik wit”, afsluitend met een ochtendscheet.
De man met de baard koppelt de schaftkeet af, vergrendelt de staanders en tilt een blauwe cabine uit de haken op de achterkant van de keet. Hij wekt de indruk behoorlijk sterk te zijn, maar, voor degenen die daar in geinteresseerd zijn, lijkt zijn collega dat ook. Misschien is het gewoon toeval dat de kaalhoofdige beer de cabine niet tilt.
“Sleutels, Turrek.”
De toegegooide sleutelbos als een kabouterhoelahoep om zijn wijsvinger roterend loopt Kaalkop naar de blauwe kubus en gaat er naar binnen. De Portacabin zwaait vervaarlijk.
Turrek kuiert een eindje weg, steekt zijn handen in zijn zakken en wacht op het onvermijdelijke.
“...Negorstraat”, zegt degene met het onbehaarde hoofd, terwijl hij op een bijna tedere manier zijn vingertoppen langs een van zijn blote, al even gladde armen laat glijden. Nadat de auto is verdwenen, stuwt hij lucht door de gaten van zijn Arische neus naar buiten en zingt “Tien kleine negertjes die zaten in de shit ze werden van schrik wit”, afsluitend met een ochtendscheet.
De man met de baard koppelt de schaftkeet af, vergrendelt de staanders en tilt een blauwe cabine uit de haken op de achterkant van de keet. Hij wekt de indruk behoorlijk sterk te zijn, maar, voor degenen die daar in geinteresseerd zijn, lijkt zijn collega dat ook. Misschien is het gewoon toeval dat de kaalhoofdige beer de cabine niet tilt.
“Sleutels, Turrek.”
De toegegooide sleutelbos als een kabouterhoelahoep om zijn wijsvinger roterend loopt Kaalkop naar de blauwe kubus en gaat er naar binnen. De Portacabin zwaait vervaarlijk.
Turrek kuiert een eindje weg, steekt zijn handen in zijn zakken en wacht op het onvermijdelijke.
Reacties
Een reactie posten