# 30 - Beroeringen

Helmer, spelend met Mickey en Maxie, kijkt naar de dikke multo ringband.
“Je vroeg hier toch om? Je wilde wat van mijn gedichten lezen.“
Is Helmer het vergeten? Ik had de map uit zijn leven moeten houden
“Ja... 'Peozieën?' Moet het niet 'poëzie' zijn?“
“Ik schrijf geen echte poezie.“
“Oh?“ Helmer slaat de kaft om.
“ 's Kijken...
De muze sprak.

was jarenlang niet eens een luis
in de pelzen van uitgevers
mijn muze werd me echter zat, zij
- heur haar kordaat gepermanent
in heup en stem flink aan 't gewicht -
zette mij met rode werkstershanden
aan mijn schoongeboende toetsenbord
en sprak
SCHRIJFT

Kale grinnikt. “Doet me denken me aan Mevrouw Rozema.“
“Die kende ik toen nog niet“. zegt Jory. “En jou evenmin.“
“Wat is een muze?“
“Eh...Muzen zijn dochters van oppergod Zeus. Godinnen van de kunst en wetenschap. Ze inspireren mensen tot creativiteit.“
“Zeus had geen zoons? Herkules was toch een zoon van Zeus?“
“Ik weet het niet. Familierelaties zitten nogal ingewikkeld in elkaar, in de mythology. Maar Herkules creëerde niet. Voor zover ik me herinner moest hij twaalf grote taken verrichten.“
“Hij inspireerde Herk tot vechten. In sterk zijn. Ik weet alles over Herkules, Baard.“
Jory probeert de map uit Kale's handen trekken.
“Nee, nee-- laat me nou even kijken. 
Het Doodse Alledaagse.“

Schat
je komt te laat
Haastig scheer ik de
vleesjes van mijn kin

Lieverd
zo heerlijk glad
Ze kust me
onder mijn kaakscharnier

Ik hijs me in een stemmig pak
en rammel naar mijn
Cadillac
Ze wuift me na

In de zijspiegel zie ik haar
bukken, ze liet
een vingerkootje vallen

“Hehehe... 
Poezie is naar mijn idee gortdroog... Dus schrijf jij Peozie. Hm?“
“Je vind dit niet gortdroog?“
“Helemaal niet!“
maar de andere gedichten
dit is een vergissing
“De muze sprak was overigens de eerste die ik maakte, geef maar-- dit is niks voor jou.“
Helmer kijkt ontstemd. “Dat maak ik zelf wel uit, schrijvert!“
Hij bladert verder.
“...Onbezonnen.“
stille dag vandaag
de zon staat laag
daar loopt zowaar een echtpaar langs
het strand, stopt, en staart

naar mijn billen
bezienswaardig diep
en streeploos bruin
ben ik, mijn glimlach

vergezelt ze
wanneer ze want in want
hun wandeling voortzetten over het
met sneeuw bestoven zand

Helmer lacht. 
“Je eerste bezoek aan een naaktstrand?“
“...Nee. Ik heb er gewoon een draai aan gegeven. 
De persoon ligt op een naakt strand te zonnen, in de winter.“
“Ik ben geen anafobeet, Baard! Ik begrijp 'm. Je geeft een draai aan de realiteit. Een grappige. Ga nou niet alles uitleggen. Doe dat maar bij wetenschappelijke boeken die ik niet begrijp.“

Helmer geeft de map de volgende dag terug. Zegt alle peozieeën gelezen te hebben.
“Ik heb geschaterd, en anderen ontroerden me, en bij sommigen dacht ik, waar HEB je het over, en, en... Je moet je gedichten publiceren, man!“
“Heb ik probeerd. Ik kreeg iedere keer afwijzingen.“
Helmer luistert nauwelijks. Hij bladert naar achterin.
“...Maar deze...“

intermediare ogot die had er uit gemoeten

maatjes in de kroeg
natte spier en peesverhalen
samen makken

voor een hoer hoe heet
je schatje sandwich
met een likje

sambal trassi wat een wijf
ruim van geest en
wijd van lijf

broederliefde
vriendenhaat, beiden
op maat gemaakt

gêne heet
of afgrijzen kil
de lust is een constante

de korte klabanus voor
de lange stengel achter
mankracht
naakt aaneen
gesmeed de ogen
half interlocked

besproeien
zij elkaar en één
vergeet haar

..“Vind je...ben je geschokt?“
Kale schudt zijn hoofd langzaam. “Jorie...“
“Ik vind het niks! Ik maak ook wel eens slechte gedichten.“
Jory verwacht dat Helmer lacht, maar de grijze ogen schieten vuur.
“...Wat ben je toch een hopeloos mannetje!
Dit gaat over ons. Jij en ik!“
“Zo...lijkt het alleen maar, Helmer“, zegt Jory hulpeloos.
“--Ik ben niet achterlijk, Jorie! Dit is een glasheldere!“
Helmer's ogen knipperen. “Dit moeten we een keer doen.“
“...wat bedoel je?“
“Samen een hoer neuken-- Op deze manier.“
Jory wordt rood.
“...Allemachtig wat ben jij geobsedeerd door seks!“
“Wat?! Jij hebt dit geschreven, turrek!“
“Ik koos een onderwerp! Het was gewoon een, eh, 'wat als' idee...het wil niet zeggen dat ik zoiets wil!“
“Lul niet! Natuurlijk wil je dit. Anders had je het niet geschreven.“
Jory voelt zich gekwetst, verward.
“Goddomme. hoe krijg ik je zover“, mompelt Helmer.
“Vergeet het! Ik ben niet van plan mijn gedichtenonderwerpen in de praktijk om te zetten- dat is waanzin.“
Helmer gromt:
“Ik hou van waanzin. Waanzin is tenminste levend!
...Maar als je nieuwe peo's schrijft, wil ik ze lezen. Ook de slechte, Baard! Ik maak wel uit of ze slecht zijn of niet.“ 
Helmer's blik is dwingend als vanouds..
“Jij leest mijn T-shirt grappen ook, tenslotte. En als jij ze goed vindt, weet ik dat ze goed zijn.“
“En sommigen rijmen zelfs“, glimlacht Jory.
“...Dat is dan per ongeluk. Hee, waar zijn je poessies?“
“Weer naar buiten. Ze zijn nog niet aan je gewend.“

De volgende dag zegt Helmer: “Bijna vergeten! Ik zag een kort gedichtje- die moet op de keet komen, Jorie. Die gaat ècht over ons!“
Jory wil niks over hen op de keet!
Verontrust vraagt Jory, “Welke was dat?“
“Over een winterschilder en een zomerschilder.“
“...O ja... die weet ik uit m'n hoofd.
Ik zal het even opschrijven.“

... 
“Hier. In afwijkend lettertiep en kleiner dan de villa kaalbaard grootte. En geen spelfouten maken, Kale!“

de winterschilder is gegaan
vervulde al uw koele dromen

de zomerschilder komt er aan
waakt voor zijn hete polychromen



Reacties