# 31 - Beroeringen

ROKEN MAAKT JE HUID VAAL
ZUIPEN VREET JE KAAL
BEIDEN
VERSCHROMPELEN OOK JE PAAL

...Met m'n nieuwste T-shirt was ik te snel.
Ik kwam thuis en haalde 'm uit de tas en
dacht, sjit, er had een regel bij gemoeten.
Erboven,
'Wijze raad van een man van staal'.
Als Jory rijmt, moet ik het ook magge.
...
...Weet je wat ik denk, Jasper?
Dat ik gewoon in een of andere fase zit.
Soort van vervroegde overgang.
...
...
Maar effe serieus.
Ik ben een Alopecia geval. De Universalis variant. Ja, dat weet je. 
...
Toen ik nog een krijsend en luier volschijtend ding was dat alleen maar belangstelling had voor tepels, leek alles normaal met me. Baby's hebben wat ze noemen vellushaar. Na een tijdje valt dat uit en komt er sterker haar voor in de plaats. Het duurde een paar jaar voordat mijn ouders doorkregen dat ik een kikkertje zou blijven. Maar ja, ze werden toen helemaal in beslag genomen door zichzelf.
Toen ik een schildersopleiding wilde gaan doen en een medische keuring kreeg, werd ik bijna ongeschikt verklaard. Een jaar of wat geleden had ik weer een keuring. Werd me verteld dat ik nagelproblemen zou moeten hebben. Zwakke organen. Staar. Huidinfecties.
Seizoensverkoudheden, ja. Maar dat vinden ze geen mankement, want ze zagen dat ik flink veel vellushaar in m'n neusholtes heb. Al is het dons, het houdt bacteriën redelijk goed tegen. Zeiden ze. M'n ogen zijn wel een probleem. Ik heb hele fijne, korte wimpers, je ziet ze bijna niet. Soms raken m'n oogleden ontstoken. Een strontje op je oog, noemen ze dat. Ik spoel veel met een speciale zoutoplossing, vooral op mijn werk, en ik draag ook vaak een veiligheidsbril die helemaal afsluit. Ik zeg dan dat dat is omdat ik contactlenzen heb.
...
De dienstkeuring kwam ik niet door. Daar kreeg ik een opdonder van. Ik had me daar geweldig kunnen ontplooien. Weet ik zeker.
Maar ik ben dus niet echt haarloos. Ik heb het op veel plekken. Vellushaar.
Ik scheer het af. Eén keer in de week, nat. Stoppels ontstaan er niet, daarvoor is het te zacht. Maar het is gewoon geen gezicht, dat witte pluis. 
Behaard zijn, dat moet-
...
Zoals Baard.
Dat is mannelijk.
...
Hij heeft zich er altijd voor geschaamd. Daar begrijp ik geen reet van.
...
Blijkt dat ie ook niet in dienst is geweest.
Zal 't hem toch 's vragen waarom niet.
...
En hoe is jullie relatie nu?
We zijn in de wolken.
We hadden seks.
...
't Was niks. En 't was alles.



Ze schaften in het gras langs de brede sloot die achter het schoolgebouw loopt.
Kale kijkt gemelijk naar de hemel, hij heeft zijn hemd uitgetrokken, maar weet dat een zonnetje er niet in zit vandaag.
“...Kaasstengel?”
Baard pakt er een uit de zak die hem toegestoken wordt.
“Het is nu, alles zullen we samen delen, in voorspoed en ongeluk. Hè?”
“...Dus daarom krijg ik nu een hele kaasstengel van je.”
“Een andere stengel krijg vannacht.”
Kale neemt een krakende hap.
“Doe 's happen?”
Jory hapt en kauwt.
“Het kraakt bij anders dan bij mij.”
Baards stopt met kauwen.
“Anders?”
Kale grijnst.
“Zo'n brosse korst. Op plastic tanden. Wilde weten of dat anders kraakt dan bij mij. Minder hard, holler, weet ik veel.”
Baard legt de snack op zijn broodtrommel.
“Ik pest maar een beetje. Maar ik merkte het tijdens het kopkluiven. Dat je je eigen tanden niet meer hebt.”
“Ik ben niet de enigste met een kunstgebit”, zegt Baard stijfjes.
Enige! Je bent ook niet de enige met een apenvacht. Of een kleine lul. Die bij jou niet klein is weet ik nu; tweederde van je tampeloeris ligt gewoon verborgen in een amazongebied. Ik ga het vanavond terugsnoeien bij je. Je zult net zo indrukwekkend piemelen als m'n tante Jopie.”
“Helmer, waarom…nee laat maar.”
“Zeg ’t maar, maatje.”
“Waarom praten wij nooit eens gewoon?”
“Praten wij wel eens?”
“Hoor jij jezelf nooit?”
“Ik praat met meer dan alleen mijn mond”, legt Kale uit. “Soms praat ik met jouw knieën tussen mijn benen. Of mijn neus tegen je mannelijke oksel.“
Hap. Crunch.
“En sinds kort lullen we met alle lichaamsdelen. Mijn pik ramt, de jouwe lispelt en kwispelt me naar orgasmes.”
de dag dat onze levens veranderden
Jory staart naar de koeien in de polder voorbij de sloot. Langzaam schudt hij zijn hoofd. “Kijk me aan.”
“Hou op met dwingen.”
“Ik dwing mezelf. Om jou niet hier in het gras te nemen. Met veel Herkulesgegrom. Kijk me aan. Zoals je doet in bed.”
“Op dit moment is ons bed kilometers ver weg, Moppie.”
Jory giechelt.
“Wat?”
“Voel je het niet? Er is een vlinder op je gladde hoofd gaan zitten.”
“Lekker laten zitten.”
“Vlindertje probeert er niet vanaf te glijden."
Het vlindertje zucht, en fladdert weg.
“...Ik ben nog steeds stomverbaasd. Seks met jou is geweldig. En jij bent meestal degene die bovenop ligt en de weerloze blik in mijn ogen registreert. Daar word ik helemaal wild van. Helmer Koerts, weerloos- wie had dat ooit gedacht. Bel de krant!”
Krunsj krunsj in duet.
Helmer houdt zijn hoofd scheef. “Hm...ik hoor het niet. Het verschil. Ik hoor het malen van mezelf natuurlijk al niet zoals een ander het hoort. Maar het is niet zo dat ik denk; hé, hier zit iemand te kauwen met mondcastagnetten.”
Jory wil van het onderwerp af. Helmer doet het. “...Je hebt je schoenen uitgetrokken.”
“Heb je er last van?”
“Nee. Maar ik vind jouw sokken zo zwartekousen kerks. Ik geef je voor je vaderdag een tas met witte sokken. Jorie. Doe je sokken uit. Doe allebei je sokken uit.” Kales ogen sprankelen. “Ga rechtop zitten. Voeten recht naar voren.” Helmer plaatst zijn voetzolen tegen die van zijn maat.
Het is alsof hun blote voetzolen knetteren.
”Nou teenworstelen.”
“Helmer, als iemand ons ziet-”
“Voeten zijn zo heerlijk naakt.”
Helmer zweet. 
Zijn ademhaling wordt snuivend.
Een zachte trek glijdt over zijn gezicht en zijn ogen worden glazig.
Jory verbreekt het contact.
“Nee--hhH!-”
Jory kijkt schichtig om zich heen.
Kale laat zijn hoofd op zijn armen zakken.
“...We kunnen dit kinky gedoe gewoon thuis doen, Kale. In plaats van hier.”

Aan de overkant loeit een koe. Jory vraagt zich af hoe lang die weide achter de school er nog zal zijn. Alles urbaniseert, asfalteert, versterft in buitenwijkse blokkendozen en kille zakelijkheid.
Jory is opgestaan en een stukje weggelopen, maar er groeien overal distels in het ongemaaide gras, voorzichtig loopt hij terug.
Hurkend voor zijn maat stelt hij vast:
“Je loosde in je broek.”
“Ik kom al klaar als er een vlieg op m'n neus gaat zitten. Maar alleen vliegen die eerst op jou gezeten hebben.”
Jory kijkt bedachtzaam. “Vlinders en vliegen. Daar moet ik een gedicht over maken.”
Hij bestudeert de man tegenover hem.
“Koerts. Kijk mij nou eens aan!”
“...Laat me even met rust, ik heb een post-orgastische depressie.”
Van de schoolplaats komen stemmen. “Daarvoor moet je bij Peet zijn! Ik ga me daar niet mee bemoeien!”, gevolgd door breedborstig gelach.
“Kijk me aan, Helmer.”
Helmer tilt zijn hoofd op.
Jory's handpalm glijdt langs Helmers oor en kaak, hij laat zijn hand rusten in de gladde, vlezige nek. Kale heeft daar zwembandjes. 
hij snoept teveel
“Helm, soms ben je me te veel. Maar mijn gevoelens voor jou worden er niet minder van.”
”...Wanneer gaan we samenwonen? Als man en man? Ik bedoel, het kan niet bij Rozema. Jij hebt een knusse dakhut. Discreet.”
Jory heeft er over nagedacht.
”Na onze wittebroodsweken. Okee?”
”Oh, hebben wij die ook?”
”Hee! Waar zijn Baard en Kale?”

Het pasgehuwde schilderspaartje keert terug naar de werkplek.


Reacties