# 41 - Beroeringen

tijdloos
broos de paleizen als
koopmansgewaden met
gekanteelde kragen
renaissance ogen omlijst
in kant en mozaïek, feeëriek
ziek

rioolzout stroomt het water
door stucwerk aanvretende kanalen
onder bruggen als hoog opgetrokken wenkbrauwen
de gondelier plonst zijn vaarboom
in wat was ontworpen als fantoom
een immer zinkende droom
genaamd Venezia


”Heel mooi, Jory!”
”Een tikje morbide, ook”, vindt Ruford.
”Ik kon het niet laten,” grimast Jory. ”Maar de laatste tijd ben ik helemaal niet tevreden met mijn schrijfwerk. De fut is er uit.”
Olga schudt haar hoofd. ”Schrijversblokkade is altijd tijdelijk, lieverd.”
”Ja... misschien... Stom dat ik m'n dagboek thuis heb laten liggen.”
gelukkig heeft Helmer geen sleutels
”...Nou ja. Jullie hebben flink lopen filmen en fotograferen en ik heb haarscherpe herinneringen.”

Dromen gaan voorbij. Morgen zitten ze in het vliegtuig terug.
Ze hebben veel gezien, en zowaar voldoende geslapen. Onder regie van Olga. “We zijn op een sight-seeing vakantie, maar we hebben onze rust nodig. We zijn niet meer zo piepjong.”
Het bed in Jory's hotelkamer is niet een keer gebruikt, al woelt hij het 's avonds wel om. Voor het personeel.
Toch zit hem iets dwars.
“Ik wil zelf die kamer betalen. Jullie hebben de vliegtickets ook al voor je rekening genomen.”
“Het is geen probleem”, zegt Olga.
Jory weet niet hoe hij het brengen moet. “Het antiquariaat-”
“Daar leven we niet van. Mijn mooie Olga is niet in armoe geboren.”
“Dat niet alleen. Een rechtszaak in Rufords voordeel, en dat cadeautje hebben we goed belegd. Wat we de laatste jaren doen, is veel reizen.”
”En jij reist mee”, zegt Ruford.
Hij haalt een sigaartje uit een zilveren doosje.
“Op het balkon”, zegt Olga prompt.
Ruford knikt.
“Jory...wij kleden je uit. Maar alleen letterlijk.”
Olga reageert met een van haar tinkellachjes.
“Heb je dan helemaal geen seksuele schaamte, Rufie?”
“Nee, waarom zou ik?“
blozen deed ik in bed bij helmer
hier voelde ik mijn gezicht niet één keer gloeien
“Weet je, ik had me dit toch nog triester voorgesteld”, vertelt hij hen terwijl ze vanaf de boulevard het Grand Hotel des Bains bekijken. Het grote hotel dat een rol speelde in Thomas Mann's Der Töd in Venedig.
“En dat heb je heel mooi beschreven in je gedicht.Verscheur het nou niet!“
“De stad, het is allemaal in verval, en toch...”
“Het is een mooi verval, zegt Olga. “Waardig.”
Haar hand ligt in die van Jory, haar andere hand speelt met Rufords dikke, golvende haar.

Terug in de dubbele hotelkamer verliest hij zich andermaal in de drie wonderlijk tegengestelde lichamen. De liefde die ze hem geven is gespeend van voorkeur, en ook hij ziet hen en behandelt hen als gelijkwaardigen.
“Een triade“, beschreef Ruford het. “Niet omdat we pervers zijn, of uitgekeken zijn op ons huwelijk. Niets en niemand drijft ons uit elkaar. Jij bent geen wig tussen ons, je bent de houtlijm.“
Jory betwijfelt dat. 
Olga is de wig
is Ruford een homo?
Helmer is ook nog steeds in zijn gedachten. Maar in een normaal perspectief.
het komt wel goed met Helmer Koerts, denkt Jory. Wiens vriendschap hij zal blijven koesteren.
Tegen Ruford en Olga zegt hij. “Jullie hebben mijn hart verlicht. En mijn seksprestaties verbeterd.“
Het leidt tot een derde vakantieverkenning. Ditmaal richt hij zijn aandacht op Ruford. Wat Olga merkbaar niet bevalt.

Reacties