# 40 - Beroeringen

rode ruis
hij kijkt naar het verkeer en
wil bloed
tegen het kantoorraam zien
spatten

thuis
maakt zijn vrouw zich zorgen
ze rook dode ratten

hij kijkt naar mevrouw Struisbergen wil haar
met zijn blote briefopener
bespringen

thuis heeft hij zijn vrouw
verborgen, ze wist
dingen

hij staart naar het beeldscherm
moet en zal de beursnoteringen
verroebelen

thuis doen kleutergevlinder en
pubergelummel zijn romcoms
drastmatisch vertroebelen

de buren heeft hij in
hun kelder diep
gevroren

hij kijkt vanaf god’s troon
naar beneden wil zijn hoofdvlijm door
de trottoirtegels boren

hij slikt zijn vitamine d
drinkt zijn asprobruis
luistert naar
de rode ruis in zijn oren
Jory Gevorgian


Helmer komt binnen met de sleutels die hij heeft laten dupliceren van Baards bos. Jory heeft nooit geweten dat zijn bos zich die dag een uur lang niet in de binnenzak van zijn jack bevonden heeft. 
Helmer glimlacht voor zich heen: ik had een vooruitziende blik
Een inbraakalarm heeft Baard niet. De Jamin magazijnen wel, heeft Baard uitgelegd, met een directe verbinding naar het politiebureau. Baard vertrouwt voor zijn privégedeelte op de ijzeren brandtrap, maar daarvan kunnen de tralies beneden
met een metaalschaar verwijderd worden.
“Ja maar de deur boven is met een staalplaat versterkt en van goede sloten voorzien“, vertelde zijn maat.
Het kattenluikje blijkt van binnen afgesloten. Hij zal zijn huisdieren wel in een vakantiepension hebben ondergebracht. 
ik beloofde dat voor hem te regelen, denkt hij schuldbewust.
maar misschien heeft hij ze meegenomen naar dat stomme venetië 
Misschien heeft Baard gelogen over de beveiliging, maar Helmer is al bijna een uur in het perceel, en niets wijst er op dat de politie gealarmeerd werd.
gevorgyan is niet achteloos hij is gewoon te goed van vertrouwen

Hij ging niet meteen het penthouse binnen. Zat een tijdje op de stenen rand van de halfhoge terrasmuur die ruw is en minuscule putjes in zijn billen maakt.
Er wandelen regelmatig mensen langs het pand. Als ze omhoog kijken, zien ze vijf verdiepingen hoger twee blote blanke benen en voeten bungelen. Maar niemand doet dat.
Aan de overkant van de weg; het park. In de massieve donkerte pinkelen lichtjes. De lantaarnpalen langs wandelpaden. De enorme lamp genaamd 'stad' kleurt de onderkant van de donkergrijze wolken gelig oranje. 
Iets prikt koud in zijn schouder. Regen. Hij is het gewend. Als voormalig Schoonmaker.

Heel even overweegt hij te springen. Met het hoofd omlaag.

naakt ben ik geboren naakt wil ik sterven

Hij ziet het beeld voor zich- Helmer Koerts, op het trottoir. Zijn roerloze lijf bestaard door voorbijgangers. 

Maar hij zal hun gezichten niet kunnen zien, hun ongeloof en afschuw en misschien ook wel bewondering. Voor zijn herculiaanse geslachtsorgaan!
Naakt sterven. okee. maar wel ejaculerend! 
'Angel Lust'. Hij zocht de term in de bibliotheek op. Het fascinerende verschijnsel dat opgehangenen ondergaan. De laatste poging van geest en lichaam om nakomelingen te waarborgen!
Hij vermoedt dat niemand van zo'n orgasme zal genieten. Als je al dood bent, of bewusteloos.

Hij springt terug op het terras. Gaat naar binnen. Het meubilair, de grote potten en bakken met planten, het ziet er verzorgd uit. Alles in en aan Baards huis is verzorgd. 
Hij doet alle lampen aan.

Helmer heeft wat eten en drank meegenomen. Het is niet de bedoeling dat Baard volgende week merkt dat er dingen uit zijn koelkast verdwenen zijn. Helmer is trouwens van plan maar één dag te blijven. Dat is alles wat hij nodig heeft.
Hij staat wijdbeens midden in de schone en opgeruimde woonkamer. Zijn gladde buik bolt vrijelijk naar voren en zijn tenen zijn in beweging. De gebeitste houten delen voelen prettig aan onder zijn blote voetzolen. Zo heel anders dan de stugge nylon vloerbedekking die in heel Rozema's pension ligt. 
Gisteren nog heeft hij zijn voeteelt afgeschuurd: zachtere voeten geven meer naaktgevoel.
Er is geen kattenbak, geen voerbak. Op de bank en de stoelen niet één kattenhaar. Misschien zijn ze dood of weggelopen. Mikkie en Maxie. Hij weet het niet.
Jory Gevorgyan houdt zijn leven weggesloten in een doosje. 
Geen doosje; een boek.

Baard heeft het een keer toegegeven. Dat hij een dagboek bijhoudt. 
Helmer gaat er meteen naar op zoek.
Wat Helmer wil, is niet meegenomen naar Venetië, het ligt in een lade in het bureautje. Een onopvallend cahier met harde kaft, de aanduiding 'Dagboek' staat er niet op. Het heeft evenmin een slot.
Hij checkt de laatste notering.
Iets over naar Venetië gaan. 
juistem, dat wist ik al
Helmer is vrij van hoofdpijn, maar moet schijten. Zijn ingewanden zijn van streek, iets verkeerds gegeten misschien. Of van de spanning- wat hij gaat doen is zo verkeerd.
Na afloop is hij gedwongen de pot en de bril schoon te maken, en daarna de pleeborstel. Die reinigt hij onder de douche, die hij eerst heet geniet, daarna koud.
houdt jorie de meterstanden in de gaten?
Hij kan het zich niet voorstellen. Maar na zich lichtjes afgedroogd heeft zorgt hij er voor dat de pastelgroene handdoek hangt zoals hij die aantrof- precies in het midden van de stang, kaarsrecht en met beide helften volmaakt over elkaar heen vallend.
Baards woning heeft de inrichting van een mannelijke vrijgezel, maar verraadt ook dat hij in alles een meut is.
een nicht
Maar op het glazen planket en in het medicijnkastje erboven staat nauwelijks iets nichterigs. Wat zalfjes en lotions van een merk dat op neutrale pH waarden gericht is. Hun collega's spuiten elke dag hun oksels, kruis, haar, mond en kont vol. Brut, Joop, Andrelon Restyle, Listerine. Jory heeft dat allemaal niet in huis. Jory ruikt naar zichzelf. En naar hem.

Toen hij het dagboek uit de la haalde, viel zijn blik op iets aan de muur boven het bureau.
Zijn T-shirtspreuken, ingelijst.
“Wat ben je toch een idioot”, fluisterde hij, maar wist niet of hij Baard bedoelde of zichzelf.

Hij bevoelt het dagboek.
Hij moet het weten.
Hij moet zeker zijn. Hij moet Jory Gevorgyans zwakke plekken kennen, zijn twijfels, hoe hij Kale ziet. In het schrift staan ongetwijfeld ook zijn seksuele ervaringen opgetekend. Zijn rukwerk. Prostitueebezoeken. Mannelijke hoeren. De paar wilde sessies met hem, later.
En de geheime deur naar zijn hart. Dat kamertje waar hij de oude Jory terug kan vinden. 
klootzak, we zijn een paartje! voor eeuwig!
Er is geen eeuwig meer. 
Tranen lopen lang zijn wangen. Hij veegt ze woedend weg.

Helmer doet de benedenlampen uit. Met de zak bierblikjes die hij bij aankomst in de koelkast legde gaat hij naar boven, knipt de bedlamp aan en schuift onder de lakens. Ze ruiken fris en zien er gestreken uit. Echt iets voor Baard om zijn bed te verschonen voordat hij op vakantie gaat!
Helmer duwt de twee grote, stevige kussens in zijn rug. Een tweepersoonsbed, dat Jorie, vóór zijn bedpret met hem en Sammie hen beiden verleidde, altijd in z'n eentje beslapen heeft. Helmer weet het zeker.
Dat over prostituees weet hij niet zeker. Maar Jory Gevorgyan lijkt op zijn vier en veertigste nog steeds een maagd.
veertien november negentien zeven en tachtig.
De dag dat ze kennis maakten met elkaar. Vechtend.
nooit eerder geconfronteerd met zo'n intense vreemdelingenhaat. Het was bizar en ook beangstigend. En ik, die nog nooit gevochten had, lag binnen een paar minuten over de grond te rollen. Ik ben daar pas een week in dienst! Mijn ribben doen aan de rechterkant knap pijn en hij zette ook zijn tanden in mijn onderlip. Nadat hij eerst zijn tong in mijn mond had geboord! Ik was te verbijsterd om iets te doen. Op dat moment kwam de baas binnen, en hij en ik werden op het matje geroepen.
Daar opent het dagboek mee!  
Baard, klagend over een impulsief kopkluifje!
wat je niet weet is dat ik loosde in m'n broekdenkt Helmer.
het voelde hetzelfde als toen ik m'n eerste natte droom kreeg
Helmer opent een blikje Hertog Jan, neemt een slok en leest verder.
Hij wil extreme dingen met me. 'Docken'. We hebben er allebei de voorhuiden voor; lang met aan het eind een tuitje. En ik genoot ervan. Het was bizar, maar zo intiem

Ik heb hem geneukt. Anaal. Zag hem op z'n zwakst. Ik wilde het eigenlijk niet, hij was zo weerloos, zo kende ik hem helemaal niet. Zo wil ik hem niet kennen

Een uur later slaat Helmer Koerts het dagboek driftig dicht. Hij heeft hoofdpijn en een kloppende erectie. Niet zozeer omdat Gevorgian wild-woeste erotiek heeft beschreven, maar omdat hij hem nu beter kent. In zijn erectie zit hoofdzakelijk woede- de laatste entrees beschrijven een ontmoeting met twee "kleine mensen".
dwergen?? alsof dat niet bizar is! dus dat zijn de 'kennissen' waarmee hij op vakantie is gegaan
Helmert Koerts masturbeert, en gebruikt geen handdoeken-- hij wil dat Gevorgian de zilverige vlekken in zijn donkergekleurde lakens ontdekt. 
ik was hier, echtbreker loser verrader messen in ruggensteker
Helmer Koerts weet dat hij Baard kwijt is.
Alles kwijtgeraakt is.
Dat hij tot zijn laatste levensdag niemand zal hebben.
Helmer overweegt om de gedichten in de map en de Koerts quotes te verscheuren en de snippers overal rond te strooien maar ineens is hij doodmoe, hij gaat liggen en valt in slaap.

Ergens rond vier uur in de ochtend wordt hij wakker.
Hij heeft gedroomd van een oude, beschimmelde stad, en een hotelbed waar zich een triootje in afspeelt, Baard trekt een lange neus naar hem.
Zijn lichaam voelt als diepgevroren. Zelfs de hoofdpijn.
Hij laat het dagboek op bed liggen - open - en de lege bierblikjes op de vloer, en kleedt zich aan. Zonder nog een keer rond te kijken verlaat hij Gevorgyans penthouse.
Helmer Koerts weet wat hem te doen staat.
Maar niet hier. In takkenwijf Rozema's pension, waar hij nog de voordeursleutel van heeft.
Als iedereen slaapt.


Reacties