# 38 - Beroeringen

...zeiden zeer geschokt te zijn. Hans Brennink was de oprichter van het succesvolle kindertoneel gezelschap De Grabbelton. Hij had zich enkele jaren geleden terugtrokken vanwege geruchten over pederastie, en werd gisteren dood aangetroffen op zijn woonboot aan de Tolvaart. Volgens de politie is er sprake van moord; Brennik was geboeid in duct tape, en vertoonde sporen van martelingen. Brennink was 68 jaar.
de Telegraaf

Hij vond hem puur bij toeval. Kon niet slapen en maakte een fietstochtje langs de landelijke Tolvaart. Het was kort voor middernacht. Een man opende een hek en zette twee vuilniszakken langs de weg. Hij was naakt. 
De Schoonmaker stopte.
“Hallo... Wind ik je op?“
“Nogal.“
Er zoefde een auto voorbij.
“Oops, zei de Schoonmaker, grijnzend.
“O, kan me niks schelen, hoor. Ik schaam me hier niet voor.“
“Helemaal mijn idee. Ik zou het liefst naakt willen fietsen, maar dat durf ik niet.“
Ze namen elkaar op.
“Ik heb zin in pijpen“, zei de Schoonmaker. En gepijpt worden.“
Nog een auto.
De woonboter had een stijfje.
“...En ik heb het altijd al eens op een woonboot willen doen.“
Bij het naar binnen gaan zag hij een naambordje: H. Brennink

Het interieur was knus maar ook claustrofobisch.
“Ik ben Hans. Twee en zestig.“
Hij was duidelijk ouder. En aangeschoten.
“Ik ben dertig. Ik heet Tom. Ik val op oudere mannen. Hebben meer ervaring.“
Hans lachte.
“Wat wil je drinken.“
“Hmm. Wat heb je in huis?“
“Whiskey, bier.“
“Doe maar een biertje.“
De Schoonmaker keek naar een schilderij. 
Het Huilende Jongetje, beroemde Kitsch.
Zijn hartslag versnelde.
De Schoonmaker waagde een gok. “Ik heb iets met kinderen..."
Hans verstarde. Maar het was een alerte verstarring.
“...Ze geven zo veel liefde.
Nee, ik ben niet van de zedenpolitie. Ik sta ook niet op hun lijst. Dus...ben ik je type?“
De schoonmaker was.
Hans was ook het verkrachterstype.
De Schoonmaker maakte daar een einde aan door het kunstgebit van de oude man te breken. Hans Brennink viel achterover op de koffietafel.
In een kast vond hij een luikje in de vloer. En een kartonnen doos.
kinderporno
wat is er opwindend aan een haarloos befje een kinderpiemeltje, dacht hij.

Hij vond ook een rol duct tape. En rubber huishoudhandschoenen. Hij trok ze aan.
Hans was aan het ontdekken dat zijn neukertje de stekker van telefoon er uit getrokken had.
De Schoonmaker keek peinzend op de uit z'n mond bloedende prooi neer.
“Igg-hefg-gelf!!“
“Ik ook, maar aan het mijne kleeft geen vuiligheid. Heb jij hier toevallig ergens kinderlijkjes begraven, Hansje? In de bosjes rond je boot? Of eet je ze op nadat je je vieze slijm in hen hebt achtergelaten?“
Hans schudde heftig zijn hoofd. Zijn ogen puilden uit van angst.
“Hmm. Doet er niet toe. Jij zit met je poten aan minderjarigen. En nou ben ik m'n stijve lul helemaal kwijt, Hansepans.“
Hij begon het hoofd in te tapen.
Hans verzette zich heftig. Tot de Schoonmaker op de broze enkels sprong.
“HMMMGGG!!!“
Hij dacht, ik moet haast maken. Snel wikkelde hij de tape af, en kneep het over de neus goed aan.
Hans werd wild.

Toen hij niet meer bewoog, dacht de Schoonmaker koortsachtig na.
vingerafdrukken wat heb ik aangeraakt
niets met blote handen

De fotoos strooide hij in het rond. Hij kleedde zich aan. Eén foto plakte hij op het toegangshek. Hij zag geen verkeer aankomen, deed de handschoenen en de tape in zijn zadeltas, reed het trottoir op en peddelde weg.
Het is riskant geweest, besefte hij. Misschien had hij de boot in de hens moeten zetten. Maar dat zou onmiddelijk aandacht hebben getrokken onder de andere woonboters. Niemand mocht een herinnering aan hem hebben.

Hij had nog steeds geen slaap, en fietste door naar het park. Het was twee uur in de ochtend. Geen regen, maar hij wilde zich reinigen.
Het peuterbad bij nacht.

Hij stond tot zijn enkels in de zeilplas. De bodem was zanderig, met zijn tenen woelde hij het om. Het water was lauw, wind was er niet. De sterren waren er, en een volle maan. In dat doodse en toch warme zilveren licht voelde hij zich gelukkig. Ondanks het bonzen in zijn slapen. Hij waadde verder.
Zwemmen had hij nooit goed geleerd. Het stond hier tot zijn middenrif. Hij ademde diep in en liet zich onder zakken tot zijn achterwerk tegen de bodem stootte, voelde de druk op zijn oren, hoorde het gesuis. Opende zijn ogen, het water was troebel, maar boven hem was er een grijsgroen lichtend waas.
Zijn longen hielden het niet meer, hij kwam overeind. Lachte, toen de staart van een geschrokken vis tegen zijn kuit sloeg.

Voorbij de houten meerpalen en balken die het poedelbad van het diepe scheiden stapte hij in een kuil en vond het hek met moeite terug. Maar hij raakte niet in paniek, na een tijdje kwam er meer coördinatie in zijn armen en benen. Hij merkte dat hij eigenlijk niet kon zinken. Dat bleek al toen hij voor de dolle hond moest vluchten. De opwaartse kracht, de luchtbalgen in zijn borst, brengen je steeds terug naar de oppervlakte.
Het daarop volgende uur was fantastisch. Al kwam het vier en dertig jaar te laat.
Na de zwempartij had hij geen zin in de blotenbillen dwaalronde door het recreatiepark. Hij wilde niemand tegenkomen, geen dronken jongeren, geen zwervers, geen kampeerders, geen vissers.
Het was voorbij. Zojuist had hij de Schoonmaker en al het bloed dat aan hem hing van zich afgespoeld. Hij had een andere bevrediging gevonden; Liefde en vriendschap. Voor zolang dat duurde.
En dat was vier jaar...
aan alles komt een eind

Hij kleedt zich weer aan en loopt naar zijn fiets die hij uit het zicht heeft geparkeerd. De fiets die hij alleen gebruikte op zaterdag en zondag nachten. Voor zijn kruistochten tegen onrecht en personen die het niet verdienen te leven. 
Hij hoopt dat er een ander komt om zijn taak over te nemen, hier, en in andere steden.
Omdat hij er mee stopt.

Helmer peddelde naar huis. Ondanks de medicijnen was de hoofdpijn aan het terugkomen.
De volgende dag noteert hij in zijn dagboek zijn laatste Schoonmaker actie.
Zij die me overleven mogen het lezen, denkt hij.
ik ben een eerlijk man

Doen Helmer, had Jory gezegd. Ga naar een dokter
Hij hield woord.
Kijkt naar de fotoos, ze zeggen hem niets. De specialist wijst een bepaald gedeelte aan, hij noemt het een ponsglioom. Grappige naam.
De arts legt het hem uit.
Er gaat een orkaan door zijn gedachten. Het is niet te bevatten.
keep cool!
Hij snakt naar een sigaret, een krat bier.
Vraagt opgewekt “Hoelang heb ik nog?“
“...Moeilijk te zeggen-“
“Ik heb iets moeilijks!“ snauwt hij. 
“...Sorry, doc...“
...Eén tot anderhalf jaar. En operatieve verwijdering...de kans dat het terugkomt is groot. Maar als u--“
“...Je zit hier een kanjer van een doodsvonnis over me uit te spreken, man!“ Zijn ogen branden, hij vecht de tranen terug, geen tranen!
De specialist zegt niets.
heb ik daar water en hoogtevrees voor overwonnen?
Hij denkt aan Jory.
hij gaat me vertroetelen, eindeloos praten over dat het misschien 'weg zal gaan'
nee
ik weet donders goed wat de arts me zojuist vertelde

“Nee, geen begeleiding, geen behandeling.“
“...Meneer Koerts, uw familie en vrie-“
“-Ik heb geen familie. En vrienden...het is allemaal zo zinloos.“


Reacties