# 37 - Beroeringen

ben ik een moederskindje
vroeg ik mijn moeders tepels
ben ik mijn broeders hoeder
vroeg ik toen ik mijn broer nam
ben ik een vaderhater
vroeg ik aan mijn vrouw maar mijn eigen zoon
stond aan mijn mouw te trekken
en zei, ikke moederskindje
want jij bent mijn vader niet.
Jory Gevorgyan


O was ik maar rijk en beroemd
in plaats van een knappe armoedzaaier.
O had ik maar een spaarzame lul
in plaats van een welgevulde
die alleen het gat in mijn hand hebben kan. 
- Helmer J Koerts.


“...Kale, ik ga er een weekje tussenuit.”
“Is goed”, bromt Kale.
“Ook als het niet goed is ga ik er een weekje tussen uit.”
Jory heeft direct spijt van zijn scherpe toon. “Hoor eens...jij bent knap stil de laatste tijd. Eventjes zonder mij...gewoon een verandering?”
“Ja. 'k Ben ongesteld en het gaat maar niet over.”
“Het is van vrijdag tot en met woensdag. Donderdag ben ik terug.”
“Ik wil dat zwart op wit, ondertekend door een notaris. Zo'n document als waarmee de rijke blanke mannen hun negerslaafjes aan zich bonden.
...Je glimlacht. Hoe'st mogelijk.
Weet je- ik denk dat ik ook maar een paar dagen van de wereld ga. Van dit kleine wereldje af.”

Jory knikt.
“...Waar ga jij naartoe, Turk? Toch maar 's naar dat Armenië?”
“...Venetië. Om peozie ervaring op te doen.”
“Mooi. Niet alleen, hoop ik? Iemand moet op jou letten. Of je je tanden poetst en elke dag schone onderbroeken aantrekt.”
“...Ik ga met een stel kennissen. Dichtverslaafden, net als ik.”
Kale's mondhoek beweegt.
“...Godzijdank. Ik dacht echt dat je een kluizenaar was.”
“Ik ken ze pas sinds kort. Maar het zijn heel aardige mensen. Géén leerfreaks.”
“Ah, de boekenwurmenclub. Geef me je hand.”
Jory voelt zijn hand in Helmer's warme, ietwat vochtige handen verdwijnen. Kale's nagels zijn afgebeten, hij was daar een tijd mee gestopt. Op zijn gebruinde handen en armen zitten een paar roze plekjes. In bed zag Jory dat hij er meer heeft-- op zijn rug, zijn borst.
Vitiligo. Hij zocht het op. 
Helmer zal daar niet blij mee zijn. Jory zegt er maar niets over.
De lichtgrijze ogen kijken hem aan.
“Het is raar gegaan. Maar het gaat weer een normale kant op. Jij wordt in ieder geval getuige op mijn bruiloft, en ik op de jouwe.”
Hier moet Jori wel op ingaan.
“...Eh, onze wittebroodsweken?“ Hij kijkt Helmers schuins aan.
Helmer wuift het weg, met een grijns. “Dat was gewoon onzin. Zoiets is te wuft voor stoere mannen als wij.“
Jory voelt opluchting.

Maar Helmer heeft steeds minder zin in seks. “Sorry, ik ben een beetje moe.“
“Ga naar de dokter“, zegt Jory. “Moe zijn is niets voor jou, Kale.“
Helmer wuift dat verzoek niet weg. “Ik heb volgende week vrijdag een afspraak met m'n huisarts. Die ik voor het eerst te zien krijg. Maar ik heb niks ernstigs, dat voel ik gewoon.“
dan zit ik in Italië, denkt Jory.
“...Doen, hoor. 't Stelt mij gerust. “
Helmer's stompe vingers beroeren zachtjes het haar op Jory's handruggen.
“...Je haat dit. Ontken het maar niet.”
“Nee. Ik denk dat je me genezen hebt. Ik ben er niet meer zo moeilijk in.”
In een poging de conversatie wat luchtiger te maken, zegt Jory, “Ga anderen nou niet vertellen dat ze me mogen bepotelen. Dat mag alleen jij.“
“...Helmer...voel je je echt okee?“
“Ottoman Gevorgyan, ken je me nou nog niet? Ik knok zelf met m'n demonen, win altijd en ga daarna fluitend verder.”
“Ja, maar...”
Helmer is vaak afwezig. Jory gelooft niet dat hij nog drinkt. Roken doet hij ook niet meer, maar...
Zich voorover buigend fluistert Helmer: “Het was niks meer dan een stomme kalverliefde.“
“Wat bedoel je.“
“Jij en ik.”
Jory haalt zijn armen van tafel.
het is voorbij, denkt hij. ik had al zo'n gevoel
Helmer kauwt op de binnenkant van een wang. “Dat gebeurt soms. Hè? Geen reden om er een drama van te maken. En toen kwam de tandenfee en die zei alles sal er reg kom.”
Helmer trekt een gepijnigd gezicht. “Ja...ik heb verdomme weer een kies met een holletje erin. En die met m'n eerste vulling ontsteekt steeds. Ik wil ze er uit hebben.”
Kale snuift. “Gelukkig zitten ze allebei achterin. Verstandskiezen. Ik zal heus geen verstand kwijtraken.”

waarom voel ik geen zielspijn
Jory opent zijn mond, hoort stemmen buiten, de keetdeur knalt open.
“-Kijk, kijk, de mooimaakprinsen van Muddink BV zitten weer 's te loungen in Villa Kaalbaard.” Bolle Rinus, met blikjes bier en Ahmed, een broodmager aspirantje. Want Rinus, zei Kale, vindt dat ook wel wat; een eigen negerslaafje. Maar Jory denkt niet dat Rinus met hem slaapt. Rinus vertelde hoe dol hij is op zijn op zijn vrouw. Ze is in verwachting, voor de eerste keer.
Vlak daarop komt er nog een schilder van de Muddinkploeg binnen. In de mêlee heeft Helmer Koerts weer het hoogste woord.
Jory inspecteert de klok.
nog vier uur werken. daarna de bouwvakantie in.
Hij kijkt uit naar Venezië.
Olga kan ik wel aan.




Reacties